Bijdrage KNM commissie Uitvoe­rings­pro­gramma Natuur


24 maart 2021

Allereerst veel dank voor de beantwoording van onze technische vragen! Het verduidelijkt veel!

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

De natuur vormt de basis voor ons bestaan: een gezonde bodem, schoon water en schone lucht. Ook de coronacrisis laat zien dat natuur essentieel is voor ons welbevinden. Bovendien is versterken van natuur een cruciaal onderdeel van de oplossing van de huidige stikstofproblematiek. Naast het nemen van bronmaatregelen is het dus essentieel om te investeren in onze kwetsbare natuur, zodat deze robuust wordt en tegen een stootje kan.

In het Uitvoeringsprogramma Natuur staat dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Rijk en provincies en dat bestaande rollen en verantwoordelijkheden, inclusief die van Provinciale Staten, het uitgangspunt zijn. Tot nu toe zijn PS nog niet betrokken bij het Uitvoeringsprogramma en daarom hebben we het ook geagendeerd. De PvdD ziet graag dat PS inderdaad haar verantwoordelijkheid gaan nemen en haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taak hierin oppakt!

Met provincies worden individuele afspraken gemaakt over de maatregelen, monitoring en rapportage en bijbehorende financiering via specifieke uitkeringen (SPUKS). Wat gaat de inzet zijn van Zuid-Holland en welke rol willen wij als PS hierin gaan nemen? Dat leg ik voor aan de commissie. Het is verstandig om als PS hiervoor kaders mee te geven.

Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) worden nu uitgeprobeerd in pilotprojecten. Hier zou wat ons betreft wel wat meer vaart achter gezet mogen worden en we horen graag wanneer dit voor de hele provincie gaat gelden. Ook in het belang van een zorgvuldige monitoring en de leefomgevingstoets.

Dan een politieke vraag: Er staat: ‘Voor de jaren 2021, 2022 en 2023 maken de provincies binnenkort specifieke afspraken met het Rijk over de inzet van middelen. Wat zal hierbij de inzet zijn van de gedeputeerde? En er staat: ‘Rijk en provincies beseffen dat met deze financiering slechts een deel van de gehele opgave kan worden gerealiseerd.’ Het grote probleem is hier: ambitieuze plannen zonder voldoende financiële middelen. De vraag is dan natuurlijk wat wel en wat niet? Dat moet van tevoren helder zijn! Hoe gaat de gedeputeerde hier mee om?

Robuuste natuur

Robuuste natuur die goed tegen een stootje kan, is noodzakelijk om verlies van biodiversiteit tegen te gaan, ook in het belang van vermindering van stikstof. In de laatste brief van de gedeputeerde staat dat veel stikstof vanuit zee en het buitenland komt. Een reden te meer om fors te investeren in meer natuur, want de biodiversiteit neemt nog steeds schrikbarend af. Maar ook inkrimping van de veestapel is nodig in Zuid-Holland met zijn vele intensieve melkveehouderijen. Om de natuur robuuster te maken zal veel meer geïnvesteerd moeten worden in goede ecologische verbindingen. De natuur is nog veel te veel versnipperd en deze verbindingen zijn te weinig gerealiseerd! Ook hiervoor willen we kaderstelling meegeven.

Het wordt steeds duidelijker dat de sterk afnemende biodiversiteit grote en ontwrichtende gevolgen heeft voor klimaat, leefbaarheid, maatschappij en economie. Veel wetenschappelijke rapporten, waaronder het IPBES, maakt dat heel duidelijk, zo staat er. Zuid-Holland is de provincie met de dichtste bevolkingsgraad, maar tegelijkertijd ook de minste natuur: slechts 6%. En een hoge stikstofdepositie. Als we echt de natuur willen versterken moeten we in 2027 minimaal 10% natuur hebben in Zuid-Holland. Zuid-Holland krijgt tot 2023 28,2 mln euro van het Rijk. Is dit voldoende om aan de uitvoeringsplicht te voldoen is dan mijn uitdrukkelijke vraag aan de gedeputeerde. In de eerste fase wordt ruimte genomen voor verdere uitwerking van de opgave en in de volgende fase uitwerking van de langjarige programmering tot 2030. De eerste fase duurt 3 jaar. We vragen het college zo snel mogelijk te beginnen met uitvoering van reeds gemaakte plannen.

Natuurinclusieve samenleving

Er wordt aangegeven dat de Agenda Natuurinclusief, die toewerkt naar een natuurinclusieve samenleving, moet gaan bijdragen aan biodiversiteitsherstel, zowel in als buiten natuurgebieden, zowel op het platteland als in de stad. Dit gebeurt door kansen en kaders mee te geven. Mijn vraag is hier: om welke kansen en kaders gaat het dan?

In 2021 werken Rijk en provincies samen aan Agenda Natuurinclusief, mede door verkenning met stakeholders over de gewenste transitie en focus. We willen als PS graag betrokken worden bij de totstandkoming van de agenda en input hiervoor leveren!

Vanuit de Zuid-Hollandse samenwerkingspartners is aangegeven dat, wanneer er tussen maatregelen gekozen moet worden, we vooral kijken naar:

  • De verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik;
  • De mate van systeemherstel;
  • De betreffende maatregel is geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’.

We willen dit graag als kaderstelling meegeven.

Bodemdaling veenweidegebieden en stikstofuitstoot vanuit het veen

Hoe geringer de drooglegging, hoe geringer de bodemdaling en hoe geringer de schade voor natuur en door stikstofuitstoot. Een drooglegging van 60 cm heeft een schadelijke invloed op flora en fauna (onder meer voor krabbescheer, zwarte stern, groene glazenmaker en vispopulaties). De Provincie Zuid-Holland zal moeten toewerken naar een functieverandering in die gebieden waar die bodemdaling groot is. In veenweidegebieden met een sterke bodemdaling en hoge stikstofuitstoot is een drooglegging van circa –30 cm gewenst. In deze gebieden zal dit leiden tot extensivering van het grondgebruik. Extensieve veeteelt met veel ruimte voor weidevogels is dan mogelijk. Dit willen we graag als kader meegeven.

UitvoeringsPLICHT provincies

Om de uitvoering van de maatregelen voor natuurherstel te verzekeren kent de wet een uitvoeringsplicht. Provincies moeten ervoor zorgen dat het uitvoeringsprogramma een doorvertaling krijgt in de provinciale gebiedsgerichte aanpak en in kaders, zoals de beheerplannen van de Natura 2000-gebieden. De uitvoeringsverplichting geldt voor de maatregelen die provincies in deze plannen hebben opgenomen. Wat is de consequentie als de provincie niet hieraan voldoet? (Het gaat zelf om maatregelen die moeten leiden tot systeemherstel en dat is een belangrijke opgave!).

Agrarisch beleid/landbouw

Bij de uitwerking van de maatregelen zijn de bijdragen van de huidige grondeigenaren belangrijk! In de gebieden rondom de natuurgebieden gaat het dan vooral om samenwerking met agrariërs. De vele honderden miljoenen euro’s voor agrarisch natuurbeleid hebben niet bijgedragen aan de versterking van de biodiversiteit. Deze neemt nog steeds sterk af, juist in de agrarische gebieden! Een koerswijziging, die leidt tot concrete resultaten is noodzakelijk: extensieve, natuurinclusieve en biologische landbouw en vermindering van de veestapel. Dus het nemen van brongerichte maatregelen! Geen lapmiddelen via stalsystemen, waarbij nota bene de stikstofreductie weer wordt tenietgedaan door deze elders weer uit te geven. Deze aanpak moeten we niet willen!

Er zijn gronden in eigendom van natuurbeheerders die nog in reguliere pacht worden uitgegeven. Dit betreffen vaak reguliere agrarische activiteiten die negatief uitwerken op de natuurkwaliteit. De kosten van afkoop hiervan ten behoeve van natuurrealisatie of natuurpacht kunnen door provincies worden meegenomen in het Uitvoeringsprogramma. Dit heeft veel positieve effecten, zowel op de natuur als op vermindering van stikstofuitstoot! We vinden het belangrijk dat hierop ingezet wordt en we geven dit mee als kader!

Evaluatie provinciaal natuurbeleid PBL 2020

Uit de evaluatie provinciaal natuurbeleid van het PBL uit 2020 blijkt dat provincies beperkt agrariërs weten te interesseren voor natuurontwikkeling in het Natuurnetwerk. Uit casussen in Zuid-Holland, die specifiek gericht zijn op het betrekken van agrariërs bij het Natuurnetwerk, blijkt vooralsnog dat ze maar een paar procent van de opgave realiseren. De agrariërs in deze casussen die wel deelnemen behoren hoofdzakelijk tot een beperkte groep boeren. Acht provincies bereiden onteigening van agrarische bedrijven voor, waaronder Zuid-Holland, zo staat in het evaluatierapport. Vraag aan de gedeputeerde: welke onteigening bereidt de provincie Zuid-Holland voor?

2e orde leren

Provincies, inclusief Zuid-Holland, passen vooral eerste orde leren toe: doe je de goede dingen? Een reflectie op de beoogde ambities, doelen en onderliggende veronderstellingen, die kan leiden tot een aangepaste integrale beleidsstrategie, 2e orde leren, vindt nauwelijks plaats, zo blijkt uit het PBL rapport. Dit geven we als kader mee.

Zelfrealisatie

Zelfrealisatie door agrarische bedrijven was één van de doelen in Zuid-Holland. Uit het PBL rapport bleek dat in de periode 2011-2016 de belangstelling onder bestaande agrarische bedrijven om daadwerkelijk over te gaan tot zelfrealisatie van nieuwe natuurplannen heel beperkt is. In de periode 2011-2019 is er nog maar één overeenkomst met een boer gesloten voor 60 hectare nieuwe natuur. Het is dus geen goed instrument!

Kaders

Zoals toegelicht in mijn betoog wil ik het college graag de volgende kaders meegeven m.b.t. het Uitvoeringsplan Natuur.

  • Als belangrijk kader willen we het college meegeven dat de natuur in Zuid-Holland in 2027 van 6% natuur naar minimaal 10% natuur is gegroeid! Start z.s.m. met uitvoering van reeds gemaakte plannen.
  • Voldoende financiële middelen voor de uitvoering, omvang, resultaat van het Uitvoeringsprogramma Natuur, ook voor de langere termijn (inclusief de bossenstrategie).
  • Voldoende financiële middelen om de Agenda Natuurinclusief daadwerkelijk te kunnen gaan uitvoeren.
  • Zet in op robuuste ecologische verbindingen, zodat er weer een ‘groene ruggengraat’ ontstaat in Zuid-Holland.
  • Pas een drooglegging van max -30 toe in de kwetsbare veenweidegebieden.
  • Zet in op de verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik (zet niet in op zelfrealisatie en zet in op volledige schadeloosstelling waar nodig).
  • Zet in op de mate van systeemherstel.
  • Pas 2e orde leren toe: doe de goede dingen (Geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’ maatregelen).
  • Zet in op duurzame pachtovereenkomsten.
  • Belangrijke beslispunten tussen Rijk en provincies van tevoren ter advisering voorleggen aan PS, juist vanuit die gezamenlijke verantwoordelijkheid (zodat we niet pas betrokken worden aan het einde van het proces).

Samengevat: van schade beperken naar natuur versterken in alle sectoren!

Carla van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Statenfractie Zuid-Holland