Bijdrage Rijke Groen­blauwe Leef­om­geving


20 februari 2019

Natuurvisie

De Rijke groenblauwe Leefomgeving betreft een natuurvisie zoals die is voorgeschreven door de Wet Natuurbescherming met een aantal verplichte onderdelen. Een natuurvisie bevat volgens de WNb de hoofdlijnen van het te voeren provinciale beleid, gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biodiversiteit en het duurzame gebruik van de bestanddelen daarvan.

Intrinsieke waarde natuur

Artikel 1.10 van de Wet natuurbescherming bepaalt dat de wet onder meer is gericht op het “beschermen en ontwikkelen van de natuur”, mede vanwege “de intrinsieke waarde”. Het tweede lid van dit artikel bepaalt: dat ook bij de ontwikkeling en vaststelling van een natuurvisie wettelijk vereist is om te bezien hoe de erkenning van de intrinsieke waarde invulling kan krijgen. In de voorliggende visie komt het begrip intrinsieke waarde slechts één keer in algemene zin voor in een bijlage, in de Uitvoeringsagenda wordt niet naar het begrip verwezen en in de strategische agenda wederom één keer in algemene zin. Daarom is aan deze wettelijke vereiste geen invulling gegeven en is het een tekortkoming in deze natuurvisie. We vinden dat dit nog nader moet worden uitgewerkt alvorens een besluit hierover te kunnen nemen.

Los van het feit dat in de stukken nagenoeg niet naar de intrinsieke waarde van natuur wordt verwezen, geven de bovenstaande citaten de indruk dat GS de intrinsieke waarde alleen impliciet invulling geven door te verwijzen naar inzet voor zeldzame natuur of internationale doelen. De kern van intrinsieke waarde is echter juist dat het niet aan de mens is om te bepalen welke natuur van waarde is. Alle componenten van de natuur komt een intrinsieke waarde toe. Daarmee beantwoorden de visie en de onderliggende documenten niet de vraag hoe deze waarde heeft meegespeeld in het brede natuurbeleid, bijvoorbeeld in het beleid ten aanzien van schadebestrijding en populatiebeheer. Indien de intrinsieke waarde volgens de provincie vooral relevantie heeft ten aanzien van bijzondere of bedreigde natuur, dan is het bovendien vreemd dat het beleid ruimte laat voor vrijstellingen voor Rode Lijstsoorten. Ik kom daar zo op terug.

Faunabeleid

Als er al over dieren wordt gesproken gaat het over bestrijden van dieren en niet over beschermen. De Partij voor de Dieren vindt dat de bescherming van dieren voorop moet staan.Dieren hebben het recht te leven naar hun aard. Met het welzijn, bewustzijn en de eigen behoeften en belangen van dieren moet rekening worden gehouden. De Partij voor de Dieren wil dat in het wild levende dieren met rust worden gelaten endat de provincie meer preventieve maatregelen neemt om landbouwschadedoor dieren, verkeersongelukken met dieren en aanvaringen tussen vliegtuigen en vogels te voorkomen. Het huidige beleid is niet effectief. Er worden enorme bedragen uitgegeven aan zinloze en wrede bestrijding van in het wild levende dieren. Dat geld kan beter worden ingezet voor preventief beleid dat wél effectief is. Wij pleiten voor een systeem waarbij de inrichting van landbouwgrond zo nodig dieren buiten houdt, in plaats van dieren af te schieten. De provincie moet dieren net als mensen een goede leefomgeving bieden. Daarbij moet de intrinsieke waarde van het dier het uitgangspunt zijn.

Verplichte onderdelen natuurvisie

Verplichte onderdelen van de natuurvisie zijn de zorg voor het treffen van maatregelen die nodig zijn om Europees beschermde soorten en habitats en rode lijstsoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen en te houden en de zorg voor de totstandkoming en instandhouding het NNN netwerk, en de samenhang tussen het provinciale natuurbeleid en het beleid en de verantwoordelijkheden van andere overheden op dat terrein. De samenhang tussen hetprovinciale beleid en die van andere overheden is in deze natuurvisie niet nader uitgewerkt. Ook dit is een wettelijke vereiste waaraan niet is voldaan en wat eerst nader moet worden uitgewerkt alvorens een besluit hierover te kunnen nemen.

Netwerkend werken, partnerschap en ‘koppelkansen’

De overkoepelende ambitie is om de Provincie Zuid-Holland te ontwikkelen tot een groenblauwe leefomgeving die tot één van de rijkste van Europa behoort. Er zijn risico’s verbonden aan het effect van netwerkend werken, partnerschap en koppelkansen om deze doelen te bereiken.Het onderzoek ‘Betrokkenheid van bedrijven bij natuur’ van de Universiteit Wageningen maakt duidelijk dat dit risico reëel is: bedrijven richten zich meestal op beleefbare en functionele natuur en niet op internationale doelen, de samenhang van de inzet ontbreekt en de inzet is kwetsbaar (niet structureel) door een te grote afhankelijkheid van individuen en de conjunctuur. Het onderzoek geeft aan dat de bijdrage van bedrijven aan natuur in Nederland vooral gezien moeten worden als complementair aan, en niet als alternatief voor overheidsverantwoordelijkheid op het gebied van natuurbescherming. De provinciale overheid is en blijft als eerste verantwoordelijk voor natuurontwikkeling!

Advies Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit (PAL)

We zijn het ook eens met het PAL advies dat aangeeft dat ”in het traject Rijke Groenblauwe Leefomgeving de verschillende processtappen in een dusdanig andere volgorde zijn gezet, dat niet de eigen ambities en doelen centraal hebben gestaan, maar input uit de omgeving. Door de focus op het tot stand brengen van een visie waar een groot aantal partijen zich aan kan conformeren ontbreekt het in de visie aan scherpe keuzes, prioritering en een duidelijke ‘stip aan de horizon’.” We hebben veel technische vragen gesteld, waaronder de vraag wat de eigen ambities van de provincie zijn.

En hoe gaan GS waarborgen dat al deze ambities een serieuze invulling gaan krijgen? Hoe gaat het college van GS borgen dat de inzet van partners uit de verf gaat komen en hoofdzakelijk ten goede zal gaan komen aan de ‘donkergroene doelen’: biodiversiteitsbehoud en –herstel?

Gevaren van integraal werken

In het voorwoord stelt de gedeputeerde: “Integraal werken wordt de norm.” Dit integraal denken komt veel terug, waarbij woorden als “effectief” en “efficiënt” worden gehanteerd. Voor de natuur kan dat ook bedreigingen opleveren. Ervaringen met omgevingsvisies in andere provincies laten zien dat integratie kan leiden tot een ‘verwatering’ en verzwakking van natuurbeleid: vaak worden formuleringen algemener en wordt meer accent gelegd op het afwegen van belangen, waarbij de kool en de geit worden gespaard, terwijl op het gebied van natuur minder scherpe ambities en doelen worden geformuleerd.

Kan de gedeputeerde toezeggen dat de geformuleerde ambities van de visie straks bij een integratie in een Omgevingsvisie expliciet benoemd zullen blijven?

Behalen natuurdoelen

De stukken verwoorden op veel plaatsen mooie ambities over biodiversiteit, waarbij het behalve om behoud van het bestaande ook gaat om herstel. Zo wordt aangegeven dat de internationale en Europese doelen gehaald moeten worden. Toch zijn formuleringen hier en daar tegenstrijdig. Zo staat op pagina 21 van de visie: “We streven naar een verbetering van de biodiversiteit met minimaal het behoud ervan.” Uit diverse wetenschappelijke rapporten blijkt dat behoud van het bestaande onvoldoende is om te voldoen aan de verplichtingen van de geldende verdragen, EU-richtlijnen en bijvoorbeeld artikel 1.12(1) van de Wnb. Kunnen wij er van uitgaan dat de ambities expliciet op behoud EN herstel gericht zijn en dus niet alleen op behoud van bestaande waarden? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Actieve soortenbescherming

De visie geeft aan dat ten behoeve van het behoud en herstel van biodiversiteit – naast voortzetting van het NNN-netwerk en Natura 2000-gebieden – actiever wordt ingezet op actieve soortenbescherming via het icoonsoortenbeleid. De provincie is op grond van de Wet Natuurbescherming verplicht om expliciet zorg te dragen voor de maatregelen die nodig zijn om Europees beschermde soorten en rode lijst-soorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Behalve een actieve inzet voor behoud en herstel van soorten is het ook van belang om met de staat van instandhouding rekening te houden bij het afgeven van ontheffingen of vrijstellingen. Uitzonderingen op de bescherming mogen immers niet worden toegestaan wanneer dat het realiseren en behouden van de gunstige staat van instandhouding in gevaar kan brengen. De PvdD vindt dat voor deze soorten geen ontheffing of vrijstelling moet worden afgegeven. Toch bevatten de vrijstellingen van de provincie Zuid-Holland diverse vrijstellingen voor Rode Lijst-soorten, waaronder die voor de bunzing, hermelijn, wezel en de smient. Hoewel in de visie geen regelgeving gewijzigd wordt, moet een visie wel inzicht geven in het beleid ten aanzien van vrijstellingen voor Rode Lijst-soorten, waarbij de inzet moet zijn om voor Rode Lijstsoorten geen vrijstellingen of ontheffingen te verlenen.

Weide- en akkervogels

Het terugbrengen van de kenmerkende weide- en akkervogels wordt als ambitie genoemd. In de Nota van beantwoording over het Omgevingsbeleid wordt echter opgemerkt dat de status van ‘belangrijk weidevogelgebied’ geen consequenties heeft voor activiteiten die ingepast kunnen worden, omdat de negatieve effecten niet als significant worden aangemerkt. Veel natuurwaarden gaan echter juist achteruit door de opeenstapeling van veel (op zichzelf beschouwd) beperkte negatieve effecten. De Partij voor de Dieren vindt daarom dat bescherming en vooral het herstel van weidevogels juist een strikter regime voor ‘belangrijke weidevogelgebieden’ vereist, waarbij in beginsel helemaal geen negatieve gevolgen worden aanvaard. Dit past juist ook bij het denken in ‘koppelkansen’ zoals in de visie wordt bepleit. Is de gedeputeerde dit met onze fractie eens?

Landbouw

Er wordt aangegeven dat de landbouw economisch een succes te noemen is. Maar is dat ook zo? De maatschappelijke kosten zijn echter hoog. Het gaat ten koste van onze leefomgeving, namelijk een dramatische teruggang van biodiversiteit in landbouwgebieden, slechte waterkwaliteit, dalende veenbodems; de intensieve landbouw met te hoge mest- en gifgebruik eist zijn tol! Het roer moet om en de maatschappelijke kosten mogen niet worden afgewenteld op de samenleving! Niet boeren, maar natuurorganisaties zijn wat ons betreft de belangrijkste beheerders van ons landschap en in staat om de ecologische crisis aan te pakken. Boeren zijn tot nu toe niet in staat gebleken dit te veranderen, ondanks de vele miljoenen euro’s subsidie voor agrarisch natuurbeheer. Zij hebben in eerste instantie een economisch belang. De provincie heeft een goed sturingsinstrument in handen door eisen te stellen richting biologische, meer plantaardige, natuurinclusieve en streekgebonden landbouw, die daadwerkelijk leiden tot bloem- en kruidenrijk grasland, geen gif- en mestgebruik, een hoger waterpeil en een ander maaibeleid.In de Visie worden wel ambities vermeld voor natuurinclusieve landbouw, maar geen echte maatregelen. De visie schiet hier in tekort en zal eerst verder uitgewerkt moeten worden, voordat tot besluitvorming kan worden overgegaan.

Toerisme

In alle scenario’s neemt het aantal recreanten en toeristen fors toe. Dat is goed voor de economie, maar niet voor de inwoners en de natuur! De kust en het water bieden nog genoeg ruimte voor toerisme, zo valt te lezen. De PvdD vindt dat het geen ruimte biedt voor meer toerisme. De druk op deze kwetsbare gebieden wordt te groot. Beter beschermen dus!

Advies Commissie MER Omgevingswet: Natuur en biodiversiteit

(https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p33/p3351/3351_toetsingsadvies.pdf)

Ook de kritiek van de MER commissie is niet mals in haar toetsingsadvies Omgevingsvisie ten aanzien van het Zuid-Hollandse natuurbeleid. Uit de Leefomgevingstoets (LOT) blijkt dat de beleidsverrijking “Rijke groenblauwe leefomgeving” op het gebied van natuur wel iets vooruitgang boekt, maar niet veel, omdat de verstoring door recreatie en toerisme toeneemt.

Het rad laat zien dat de natuurkwaliteitsaspecten nu en in de toekomst in het rood of oranje blijven, terwijl natuurbescherming een belangrijke provinciale taak is. Telkens wordt er nieuw natuurbeleid gepresenteerd zonder een gedegen evaluatie waaruit lessen worden getrokken, die worden meegenomen in nieuw beleid. Ook dat wordt door de Commissie MER als terechte kritiek geuit. De provincie moet daar wat mee doen! We vinden dat eerst een gedegen evaluatie moet plaatsvinden, waarvan de resultaten worden verwerkt in de nieuwe visie. Dat is een tekortkoming in deze visie en ook daarom kan er nog geen besluit over worden genomen.

De provincie Zuid-Holland kent vele verschillende typen natuurgebieden, binnen en buiten beschermde gebieden. De weidevogels in het Groene Hart, de kwetsbare vegetaties in de duinen en de dynamische Biesbosch hebben bijvoorbeeld elk hun specifieke situatie, die niet met elkaar te vergelijken is. Deze komen niet specifiek terug in de beoordeling voor natuur. De diverse aard van deze natuurgebieden vragen wel om een specifieke beoordeling aldus de Commissie MER. Wat gaan GS doen met dit advies?

Juridische en financiële borging

De stukken bevatten voor het jaar 2019 interessante ambities om invulling te geven aan de hoofdopgaven, waaronder de hoofdopgave NatuurRijk Zuid-Holland (Het gaat daarbij onder meer om het op orde krijgen van de basiskwaliteit door de ontwikkeling en uitvoering van uitvoeringsplannen voor onderling (fijnmazig) verbonden gebieden voor boerenlandvogels, bijen, vlinders en andere insecten, de ontwikkeling vaneen klimaatbestendige visie door een integrale water- en ecosysteembenadering van verbonden gebieden ten behoeve van het realiseren van robuuste biodiversiteit door meer dynamiek in kust, duinen en delta, inzet voor biodiversiteit in de stad en het landelijk gebied, en het beschermen van waterwingebieden als natuurgebied.)

Hoewel gesproken wordt over intensiveringen, wordt ook aangegeven dat deze doelen uitvoering moeten krijgen binnen de bestaande financiële kaders. Is niet bij voorbaat helder dat dit niet kan en gaat leiden tot het niet invullen van de genoemde ambities? Graag een reactie van de gedeputeerde.

In het kader van de transities die plaats moeten gaan vinden, wordt opgemerkt dat natuur goed meegeschakeld moet gaan worden: “op elke plek waar je de schop in de grond wil zetten, maak je een ontwerp waarbij de biodiversiteit (in aantallen soorten en in biomassa) zal toenemen” (Strategische agenda, bijlage bij uitvoeringsagenda, pag. 29). Hoe wordt dit juridisch of financieel geborgd? Wordt bij de afgifte van vergunningen en ontheffingen (bijv. in het kader van soortenbescherming) bepaald dat maatregelen moeten worden genomen om de natuur er uiteindelijk op vooruit te laten gaan? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Toezicht en handhaving in natuurgebieden

Toezicht en handhaving in natuurgebieden is in de stukken niet nader uitgewerkt. Ook dit moet nader worden uitgewerkt als essentieel onderdeel van natuurbescherming en natuurversterking!

Radicale koerswijziging

Er wordt in de stukken aangegeven dat de uitvoering van het natuurbeleid tot nu toe goed loopt. De Partij voor de Dieren is het hier niet mee eens. De realisatie blijft ver achter bij de eigen gestelde doelen en de internationale doelen! Er is echt een radicale koerswijziging nodig om de klimaatopgaven te halen, de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen en deze te versterken!

Samenvattend

Zoals in mijn bijdrage verwoord, mist de natuurvisie de uitwerking van een aantal essentiële en ook wettelijk verplichte onderdelen en is de visie niet rijp voor besluitvorming. Als laatste vindt de de Partij voor de Dieren dat we niet over het eigen graf heen moeten regeren, maar nieuw beleid te laten vaststellen door de nieuw gekozen Provinciale Staten!