Bijdrage warm­tero­tonde warmte alliantie Zuid-Holland


30 januari 2019

Wat is een warmterotonde eigenlijk? Simpel gezegd is het een infrastructuur waarmee warmte die op een bepaalde plek of plekken is opgewekt, naar een andere plek wordt getransporteerd. Dit idee is niet nieuw: het eerste Nederlandse warmtenet werd al in 1923 in gebruik genomen in Utrecht. In een centraal ketelhuis werd water verwarmd, dat daarna naar huizen getransporteerd werd. Hiermee werd de binnenstad gevrijwaard van smog uit kolenkachels en -ketels. Warmtenetten zijn er in vele soorten en maten – klein, groot, hoge temperatuur, lage temperatuur – en kunnen gevoed worden door veel verschillende bronnen, waaronder fossiele restwarmte en warmte vanuit afvalverbranding. Het zijn dan ook duurzaamheidsfactoren die de doorslag zouden moeten geven bij de beslissing om al dan niet een warmterotonde aan te leggen. Hierbij is een grote rol weggelegd voor ons als politiek, want warmtenetten vormen een belangrijke collectieve warmtevoorziening.

De Partij voor de Dieren is geen voorstander van de geldverslindende en grootschalige niet-duurzame warmterotonde, die gebruik maakt van de restwarmte van de fossiele industrie, waaronder Shell, de Gasunie, BP en ExxonMobil. De PvdD is voorstander van lokale kleinschalige warmterotondes, die duurzame energie leveren en die in overleg met de gebruikers tot stand wordt gebracht. Er moet een keuze blijven voor individuele andere duurzame warmtevoorziening, waarbij dat alternatief op grond van energiezuinigheid en milieuaspecten gelijkwaardig is aan het warmtenet of beter. Dus geen aansluitverplichting op en monopoliepositie van de toekomstige warmterotonde. Wat belangrijk is, is dat vaak een hoog bedrag betaald moet worden als je er van af wilt, wat kan oplopen tot 3500 euro.

Bovendien vindt de PvdD de verbranding van biomassa niet duurzaam. Zoals bij de Redefinary in Rotterdam, die financieel gesteund wordt door de provincie en waarvoor bossen worden gekapt in Canada. Dat is niet duurzaam! Inmiddels is wel duidelijk dat een flink deel van de biomassa uit houtkap komt. Hier is sprake van ‘greenwashing’: onder de vlag van duurzaam. maar in werkelijkheid dus helemaal niet. Ik kom hier zo nog op terug.

Gebruik restwarmte fossiele industrie met emissievrije rechten

De warmterotonde is dus gekoppeld aan de restwarmte uit de fossiele industrie. In het ETS handboek (het Europese systeem voor emissiehandel) staat dat ETS bedrijven vrijstelling krijgen van CO2 uitstoot, waarbij zij dus niet hoeven te betalen voor emissierechten voor de warmte die zij buiten de ETS instelling leveren. In dit geval betreft dit de levering aan de afnemers van de warmterotonde. Dit betekent dat volgens de Europese normen fossiele warmte duurzaam is wanneer zij aan een warmtenet wordt geleverd. Hiermee ontstaat er voor deze fossiele bedrijven de verkeerde prikkel voor de instandhouding van de fossiele industrie en dat is voor de Partij voor de Dieren onacceptabel, omdat we af willen van de fossiele industrie.

Ontwikkeling technologie

De technologie is nog steeds in ontwikkeling. Zo vindt er nog volop onderzoek plaats naar betere warmtewisselaars en naar pijpleidingen met minder warmteverlies. Maar een spectaculaire leercurve en de bijbehorende kostendalingen die je ziet bij duurzame energieopwekking zoals zon en wind, energie-opslag, zoals batterijen en waterstof, ligt bij warmtenetten en de warmterotonde niet voor de hand.

Wat dus belangrijk is, is hoe de warmterotonde wordt gevoed. Welke technieken, fabrieken en industrieën leveren de warmte aan het netwerk en is dit echt duurzaam opgewekte energie? Er moet daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen kleinschalige (tot 5000 afnemers van warmte) en grootschalige warmtenetten (vanaf 5000 afnemers).

Daarnaast moet er een onderscheid gemaakt worden tussen warmtenetten van lage en hoge temperatuur. Warmtenetten met een lage temperatuur (tussen de 25 en 40 graden Celcius) zijn vrijwel altijd kleinschalig van opzet. Een voordeel van deze kleinschalige lage temperatuur-warmtenetten is dat het aantal potentiële bronnen groot is. Goede isolatie van woningen en een zonneboiler voor de extra verwarming van water is hierbij belangrijk om het warmteverlies zo klein mogelijk te maken. Telkens zal bekeken moeten worden welke bronnen er lokaal voorhanden zijn en moet het duidelijk zijn in hoeverre die lokale bronnen duurzaam en toekomstbestendig zijn.

In het algemeen zijn er drie soorten bedrijven die op grote schaal warmte aan een grootschalig hoge temperatuur-warmtenet kunnen leveren: afvalverbranders, elektriciteitscentrales en de chemische industrie. Zij noemen de warmte die zij leveren doorgaans ‘restwarmte’, suggererend dat het een afvalproduct is en dat het zonde is om het weg te gooien. En het is de vraag of dit werkelijk ook zo is. Ik ga hier nader op in.

Restwarmte uit afvalverbranding

Afvalverbranders zijn in heel Nederland al op grootschalige warmtenetten aangesloten, waaronder de AVR in Rozenburg. Er wordt beargumenteerd dat het een goed idee is, omdat bij de verbranding van afval warmte vrijkomt en die goed benut kan worden. Maar is dat wel zo duurzaam as wordt gezegd?

In Nederland staan momenteel twaalf moderne afvalverbrandingsinstallaties. Zij kunnen veel meer afval verbranden dan Nederland jaarlijks produceert, en dat gat wordt alleen maar groter, omdat er steeds meer wordt gerecycled en er steeds minder plastic en papier wordt verbrand. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het aanbod van Nederlands afval de komende jaren verder afnemen. In 2017 is het Nationaal Grondstoffenakkoordgesloten, waarin 180 partijen hebben afgesproken dat Nederland vanaf 2050 'volledig circulair' moet zijn. Dat wil zeggen dat we dan helemaal geen nieuwe grondstoffen meer nodig hebben om de economie draaiende te houden. We gebruiken dan enkel nog fossiele materialen, mineralen en metalen die al in de samenleving in omloop zijn en worden hergebruikt en verbranding is niet meer nodig.

Steeds minder afvalverbranding betekent een groeiende overcapaciteit van de afvalverbrandingsinstallaties. Om dit gat te vullen verwerken ze de laatste jaren fors meer buitenlands afval. In 2010 werd er volgens Rijkswaterstaat nog nauwelijks buitenlands afval in Nederland verwerkt; in 2016 was dit al ruim 1800 kiloton, ongeveer een derde van het totaal aan Nederlands afval dat ze verwerken. Je kunt je dus afvragen in hoeverre er nog sprake is van restwarmte, als de afvalverbranders afval uit heel Europa moeten aantrekken om überhaupt te kunnen blijven draaien. China is gestopt met import van afval, ook uit Nederland. De Nederlandse vuilverbranders zijn in dat gat gesprongen en maken miljoenenwinsten door buitenlands afval te verbranden en de warmte en elektriciteit die het verbrandingsproces gewonnen worden, op de Nederlandse markt te verkopen.

Wij, politici, moeten ons dus de vraag stellen in hoeverre wij naar de toekomst toe de duurzame energietransitie hiermee vooruit helpen. Nederland wil juist toe naar een circulaire economie, waarbij er uiteindelijk geen afval meer zal bestaan. Maar hoe meer Nederlandse huishoudens worden aangesloten op de warmte uit afvalverbrandingsinstallaties, hoe groter de noodzaak zal worden dat deze gevoed blijven worden met afval. Dankzij dit soort warmterotondes kan Nederland straks dus het afvalputje van Europa worden. Het is aan de politiek en dus aan ons om te bepalen of we dat willen. De Partij voor de Dieren kiest hier in elk geval niet voor!

Verbranding van biomassa

Ook de verbranding uit restwarmte van biomassaverbranding vindt de Partij voor de Dieren geen goed alternatief. Uit onderzoekvan de Universiteit Utrecht blijkt dat pellets gemaakt van lokaal snoeiafval binnen zes jaar klimaatwinst opleveren. Maar bij het verbranden van pellets die gemaakt zijn van gekapte bomen, kan die ‘CO2-terugverdientijd’ volgens datzelfde onderzoek al oplopen tot 21 jaar. Als de bossen onvoldoende duurzaam beheerd worden, loopt dit zelfs nog veel verder op.

En veel van de biomassa is recyclebaar, bijvoorbeeld als het verwerkt wordt tot compost. Als het wordt verbrand, wordt het niet gerecycled en dat is niet duurzaam. Bovendien zit in komt de verbranding van biomassa fijnstof en andere schadelijke emissies vrij, die niet goed zijn voor ons milieu en de volksgezondheid. Van de totale hoeveelheid energie die Nederland in 2017 opwekte, was 6,1 procent aangemerkt als ‘duurzaam.’ Ruim 60 procent daarvan was biomassa. De PvdD kwalificeert biomassaverbranding daarom niet als ‘duurzaam’ en ‘groen’.

Warmteverlies bij transport over grotere afstanden

Daarnaast kent warmtetransport over grote afstanden, zoals die van de warmterotonde, ook grote warmteverliezen. Uit een onderzoekvan het CBS uit 2015 blijkt dat gemiddeld 25 procent van de warmte die een warmtenet in gaat, verloren gaat. De pijp naar Leiden heeft vanwege de grote afstand en complexiteit een groot warmteverlies.

Extra brandstofgebruik bij ‘restwarmte’

Voor ons, politici, die moeten beslissen over de toekomstige warmtevoorziening, is het goed om te beseffen dat het hier niet gaat om restwarmte, maar om warmte waarvoor ‘gewoon’ nieuwe en dus extra brandstof verstookt moet worden en dat is niet duurzaam.

Nieuw verdienmodel restwarmte uit de chemische industrie

Dan de restwarmte uit de chemische industrie van de Rotterdamse havens. Bij de chemische processen komt warmte vrij. Deze warmte zal worden afgegeven aan de warmterotonde. Voor de warmte die nu aan het warmtenet wordt afgegeven, hebben bedrijven als Shell geen andere nuttige toepassing en daarom noemen ze het ‘restwarmte’. Hierbij moet echter wel beseft worden dat de chemische en fossiele industrie met een warmterotonde gewoon een nieuw verdienmodel geboden wordt op een product dat voorheen doodgewoon afval was.

CO2 reductie

Verleden week is bekend geworden dat met het huidige politieke beleid de 25 procent CO2-reductie niet gehaald kan worden. Er is een reële mogelijkheid dat voor aanvullend beleid wordt gekozen voor de sluiting van 4 van de 5 kolencentrales. Als daartoe wordt besloten, zullen er meer gascentrales vaker draaien. Ook de gascentrale in Leiden krijgt dan een belangrijke functie in onze elektriciteitsvoorziening. Gevolg daarvan is dat er dan nieuwe fossiele restwarmte in Leiden aanwezig zal zijn. De doelstelling van de Leiding over Oost om de warmte van deze gascentrale te vervangen valt dan weg.

Geldverslindend project; betere besteding

Met de warmterotonde is een geldverslindende investering gemoeid die betaald wordt uit gemeenschapsgeld. Met het gemeenschapsgeld moet zorgvuldig worden omgegaan. De Partij voor de Dieren is voorstander om dit geld te besteden aan verdere energiebesparingen, wat nog steeds de meest voordelige en de meest duurzame oplossing is, investering in betere isolatie van woningen en bedrijfs- en kantoorpanden én voor werkelijke duurzame alternatieven, zoals zonne- en windenergie. Daarom zal de Partij voor de Dieren tegen dit voorstel stemmen.