Motie vreemd aan de agenda: Kader­stelling PS Uitvoe­rings­pro­gramma Natuur


7 april 2021

Provinciale Staten van Zuid-Holland, digitaal in vergadering bijeen op 7 april 2021;

Constaterende dat:

  • in het Uitvoeringsprogramma Natuur staat dat:
    1. de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk en provincies is;
    2. dat bestaande rollen en verantwoordelijkheden, inclusief die van Provinciale Staten, het uitgangspunt zijn;
  • met provincies nog individuele afspraken worden gemaakt over de maatregelen, monitoring en rapportage en bijbehorende financiering via specifieke uitkeringen;
  • voor de jaren 2021, 2022 en 2023 de provincies binnenkort specifieke afspraken maken met het Rijk over de inzet van middelen;
  • er geen financiële middelen zijn gereserveerd voor de realisatie van de Agenda Natuurinclusief;

Overwegende dat:

  • vanuit de Zuid-Hollandse samenwerkingspartners is aangegeven dat, wanneer er tussen maatregelen gekozen moet worden, vooral gekeken moet worden naar:
    1) de verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik;
    2) de mate van systeemherstel;
    3) de betreffende maatregel is geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’;
  • de natuur in Zuid-Holland momenteel te veel versnipperd is en de realisatie van ecologische verbindingen prioriteit behoeven om robuuste natuur te realiseren;
  • hoe geringer de drooglegging in kwetsbare veenweidegebieden is, hoe geringer de bodemdaling en hoe geringer de schade voor natuur en door broeikasgassen en CO2uitstoot;
  • er gronden in eigendom zijn van beheerders die nog in reguliere pacht worden uitgegeven met reguliere agrarische activiteiten, die negatief uitwerken op de natuurkwaliteit;
  • verduurzaming van de pachtovereenkomsten, dan wel afkoop een positief effect heeft op stikstofvermindering;
  • het belangrijk is dat Provinciale Staten vanuit haar verantwoordelijkheid bij het Uitvoeringsplan Natuur invulling geven aan haar kaderstellende taak;

concluderend dat:

  • in het evaluatierapport natuur van het Planbureau voor de Leefomgeving 2020 staat dat provincies, inclusief Zuid-Holland, vooral eerste orde leren toepassen (doe de dingen goed) in plaats van 2e orde leren (doe de goede dingen), wat een reflectie op de beoogde ambities, doelen en onderliggende veronderstellingen betekent, die kan leiden tot een aangepaste integrale beleidsstrategie;

Dragen het college op de volgende kaderstelling te hanteren bij de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur:

  1. In 2021 te starten met de uitvoering van natuurplannen;
  2. Borging van voldoende financiële middelen voor een doelmatige uitvoering, omvang, resultaat van het Uitvoeringsprogramma Natuur, ook voor de langere termijn en het beheer (inclusief de bossenstrategie);
  3. Borging voldoende financiële middelen om de Agenda Natuurinclusief daadwerkelijk te kunnen gaan uitvoeren;
  4. Geef prioriteit aan de realisatie van robuuste ecologische verbindingen, zodat er weer een ‘groene ruggengraat’ ontstaat in Zuid-Holland;
  5. Geef als kaderstelling aan de waterschappen mee om hydrologische maatregelen en peilstijgingen toe te passen in kwetsbare veenweidegebieden;
  6. Zet in op de verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik;
  7. Zet in op de mate van systeemherstel;
  8. Geen inzet van ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’ maatregelen;
  9. Pas 2e orde leren toe: doe de goede dingen (Geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’ maatregelen);
  10. Geef prioriteit aan verduurzaming van pachtovereenkomsten, dan wel afkoop van deze overeenkomsten;
  11. Belangrijke beslispunten tussen Rijk en provincies worden van tevoren ter advisering voorgelegd aan PS (voordat het met het ministerie van LNV wordt besproken), juist vanuit die gezamenlijke verantwoordelijkheid (zodat we niet pas betrokken worden aan het einde van het proces);

En gaat over tot de orde van de dag.

Carla van Viegen
Partij voor de Dieren

Kirsten Wilkeshuis
D66

Toelichting motie vreemd aan de agenda kaderstelling Uitvoeringsprogramma natuur.

Op 24 maart hebben we in de commissie KNM gesproken over het Uitvoeringsprogramma Natuur dat door het Rijk en de provincies is opgesteld. De PvdD heeft een aantal punten onder de aandacht gebracht. Ik ga nu hier mijn betoog niet herhalen, maar de PvdD wil naar aanleiding van deze bespreking GS een aantal kaders meegeven voor de uitvoering van dit plan.

Ik zal een korte toelichting geven op het dictum van de motie.

In het Uitvoeringsprogramma Natuur staat dat:

  • de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk en provincies is;
  • dat bestaande rollen en verantwoordelijkheden, inclusief die van Provinciale Staten, het uitgangspunt zijn.

Met provincies worden nog individuele afspraken gemaakt over de maatregelen, monitoring en rapportage en bijbehorende financiering via specifieke uitkeringen en voor de jaren 2021, 2022 en 2023 maken de provincies binnenkort specifieke afspraken met het Rijk over de inzet van middelen; er zijn echter geen financiële middelen gereserveerd voor de realisatie van de Agenda Natuurinclusief, terwijl dat wel nodig is.

Vanuit de Zuid-Hollandse samenwerkingspartners is aangegeven dat, wanneer er tussen maatregelen gekozen moet worden, vooral gekeken moet worden naar:
1) de verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik;
2) de mate van systeemherstel;
3) de betreffende maatregel is geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’.

We vinden het belangrijk om wat met deze input te doen!

De natuur in Zuid-Holland is momenteel te veel versnipperd en de realisatie van ecologische verbindingen behoeven prioriteit om robuuste natuur te realiseren in het belang van vermindering van de stikstofproblematiek.
Hoe geringer de drooglegging in kwetsbare veenweidegebieden is, hoe geringer de bodemdaling en hoe geringer de schade voor natuur en door broeikasgassen en CO2 uitstoot.
Er zijn gronden in eigendom van beheerders die nog in reguliere pacht worden uitgegeven met reguliere agrarische activiteiten, die negatief uitwerken op de natuurkwaliteit; verduurzaming van de pachtovereenkomsten, dan wel afkoop een positief effect heeft op stikstofvermindering.
Het is belangrijk dat Provinciale Staten vanuit haar verantwoordelijkheid bij het Uitvoeringsplan Natuur invulling geven aan haar kaderstellende taak.
Als laatste punt: in het evaluatierapport natuur van het Planbureau voor de Leefomgeving 2020 staat dat provincies, inclusief Zuid-Holland, vooral eerste orde leren toepassen (doe de dingen goed) in plaats van 2e orde leren (doe de goede dingen), wat een reflectie op de beoogde ambities, doelen en onderliggende veronderstellingen betekent, die kan leiden tot een aangepaste integrale beleidsstrategie.

Dan het dictum.

We dragen het college op de volgende kaderstelling te hanteren bij de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur:

  • in 2021 te starten met de uitvoering van geplande natuurplannen;
  • borging van voldoende financiële middelen voor een doelmatige uitvoering, omvang, resultaat van het Uitvoeringsprogramma Natuur, ook voor de langere termijn en het beheer (inclusief de bossenstrategie);
  • borging van voldoende financiële middelen om de Agenda Natuurinclusief daadwerkelijk te kunnen gaan uitvoeren;
  • geef prioriteit aan de realisatie van ecologische verbindingen, zodat er weer een ‘groene ruggengraat’ ontstaat in Zuid-Holland;
  • geef als kaderstelling aan de waterschappen mee om hydrologische maatregelen en peilstijgingen toe te passen in kwetsbare veenweidegebieden;
  • zet in op de verwachte effecten op het vlak van verhoging doelbereik;
  • zet in op de mate van systeemherstel;
  • geen inzet van ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’ maatregelen;
  • pas 2e orde leren toe: doe de goede dingen (Geen ‘dweilen met de (stikstof)kraan open’ maatregelen);
  • geef prioriteit aan verduurzaming van pachtovereenkomsten, dan wel afkoop van deze overeenkomsten;
  • belangrijke beslispunten tussen Rijk en provincies worden van tevoren ter advisering voorgelegd aan PS (voordat het met het ministerie van LNV wordt besproken), juist vanuit die gezamenlijke verantwoordelijkheid (zodat we niet pas betrokken worden aan het einde van het proces).

Deze motie wordt mede ingediend door D66.


Status

Verworpen

Voor

Tegen