Ook subsidie voor alter­na­tieve melk- en zuivel­pro­ducten


19 maart 2020

Den Haag, 19 maart 2020 – Europese landbouwsubsidies die via de provincie worden verstrekt, sluiten verduurzaming van plantaardige alternatieven voor melk en zuivelproducten uit. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is het daar niet mee eens en heeft over deze kwestie vragen gesteld. Dergelijke subsidies zijn juist bedoeld voor verduurzaming als de zogeheten eiwittransitie. Bovendien profiteren mens, dier, natuur, milieu en landbouw van de regionale productie van plantaardige gewassen.

Productie van plantaardige eiwitgewassen kan in hoge mate bijdragen aan het verbeteren van de natuur (biodiversiteit), waterkwaliteit, duurzame concurrentiekracht en sociaal-economische ontwikkelingen op het platteland. Teelt van bijvoorbeeld veldbonen, soja en lupine is waardevol voor allerlei insectensoorten en verbetert de bodem. Deze vorm van landbouw is ook zeer geschikt om de belangrijke bufferzone te vormen rondom natuurgebieden. Klimaatdoelen worden sneller behaald als mensen overstappen op het eten van plantaardige eiwitten in plaats van vlees en zuivel. Als de grondstoffen bovendien regionaal worden geteeld, kan grote milieuwinst worden geboekt.

De productie van vlees en zuivel wordt vanuit Europa flink gesubsidieerd. Maar akkerbouwers die gewassen voor zuivelvervangers willen produceren, worden uitgesloten van steun. Zo maakt regelgeving vanuit Brussel het voor de provincies onmogelijk om Europese landbouwsubsidies (POP3-subsidies) te verstrekken aan boeren die bijvoorbeeld sojabonen willen gaan telen. Terwijl deze subsidies juist zijn bedoeld voor verduurzaming en innovatie van de landbouw en verbetering van het dierenwelzijn.

Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland, Carla van Viegen: “De EU en de provincie hanteren geen gelijk speelveld. De doelstelling van de POP3-subsidies is juist verduurzaming en verbetering van het dierenwelzijn in de landbouw. Daar komt nog bij dat de markt vraagt om steeds meer plantaardige alternatieven en om lokaal en regionaal geproduceerd voedsel”.

De Partij voor de Dieren heeft in verschillende provincies vragen over deze regeling gesteld. Ook de Europese PvdD-fractie vraagt de Europese Commissie om opheldering. Europese landbouwsubsidies komen vooral ten goede aan gangbare en intensieve (melk)veehouderijen. Volgens het ministerie van LNV gaat rond 70 procent van de EU-subsidies naar de teelt van gewassen voor dierlijke consumptie. Dit terwijl het veel duurzamer en diervriendelijker is om in te zetten op teelt van plantaardige eiwitten voor menselijke consumptie, zoals granen en peulvruchten en plantaardige alternatieven voor melk- en zuivelproducten. Daarnaast worden miljoenen aan EU-gelden beschikbaar gesteld om de consumptie van dierlijke producten te promoten. De Partij voor de Dieren wil dat de provincie in overleg met het Rijk en Europa maatregelen neemt om dit te veranderen.