Schrif­te­lijke vragen verlenging Fauna­be­heerplan Meeuwen


Indiendatum: apr. 2020

Toelichting

Naar aanleiding van de brief van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten d.d. 1 april 2020, onderwerp ’Verlengen goedkeuring faunabeheerplan meeuwen in havengebieden’ legt de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan u voor.

Vragen

  1. Het faunabeheerplan Meeuwen Havengebieden van Rotterdam, Dordrecht en Alblasserdam was geldig t/m 2019; het is dus al ruim drie maanden niet meer geldig. Waarom wordt nu pas aan PS gemeld dat het Faunabeheerplan wordt verlengd?
  2. Het beheer van de meeuwen heeft betrekking op het bewerken van nesten en eieren en is dus per definitie gekoppeld aan het broedseizoen dat nu net begonnen is. Wanneer start de uitvoering ervan?
  3. Op welke wijze kunnen PS nog effectief advies uitbrengen over deze verlenging, dan wel kunnen agenderen en bespreken (refererend aan de vorige vraag)?
  4. Is het juist dat u in januari 2020 al wist dat er niet tijdig een nieuw faunabeheerplan meeuwen gereed zou zijn? Zo nee, waarom was u niet tijdig hiervan op de hoogte en wanneer bent u dan wel hiervan op de hoogte gesteld?
  5. Bent u met ons van mening dat het zorgvuldiger was geweest als PS hierover veel eerder was geïnformeerd? Zo nee, waarom niet?
  6. In de brief wordt gesproken over een verlenging van vier maanden tot 1 augustus 2020. Het Faunabeheerplan Meeuwen eindigde 31 december 2019, dus klopt onze conclusie dat het hier niet gaat om een verlenging van vier maanden, zoals door GS in de brief wordt aangegeven, maar om een verlenging van zeven maanden? Zo ja, waarom zijn PS hierover onjuist geïnformeerd?
  7. En bent u met ons van mening dat het in feite gaat om een verlenging van een jaar, omdat de activiteiten gekoppeld zijn aan het broedseizoen t/m juli 2020? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom zijn Provinciale Staten hierover niet geïnformeerd?
  8. De staat van instandhouding van de zilvermeeuw, zowel als broedvogel en niet-broedvogel[1] is matig ongunstig, evenals de stormmeeuw als broedvogel[2] en de kleine mantelmeeuw, niet-broedvogel[3]. Kunt u onderbouwd aangeven hoe de gunstige staat van instandhouding van de zilvermeeuw, stormmeeuw als broedvogel en de kleine mantelmeeuw als niet broedvogel goed wordt gewaarborgd?
  9. Overlast door in het wild levende dieren wordt op de meest diervriendelijke manier bestreden, zo staat in het Coalitieakkoord ‘Elke dag beter’. Bent u ter uitvoering daarvan, maar ook in het belang van de gunstige instandhouding van de soort, bereid op te nemen dat minimaal één ei per nest blijft liggen? Zo nee, waarom niet?
  10. Welke andere methoden worden daadwerkelijk toegepast om nestelen van meeuwen op ongewenste plaatsen te voorkomen en is de effectiviteit ervan onderzocht? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
  11. Is de Slufter als veilige en toegestane broedplaats voor meeuwen al gereed? Zo nee, kunt u aangeven wanneer deze gereed is?
  12. Kunt u aangeven of het juridisch verantwoord is om zilvermeeuwen te bestrijden terwijl het de vraag is of in een nieuw Faunabeheerplan dit besluit nog wel genomen kan worden? Kunt u dit nader toelichten?

Carla van Viegen

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Zuid-Holland

[1] https://www.sovon.nl/nl/soort/5920

[2] https://www.sovon.nl/nl/soort/5900

[3] https://www.sovon.nl/nl/soort/5910

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 19 mei 2020

Klik hier voor de antwoorden.