Schrif­te­lijke vragen ziens­wijze Raad voor Dier­aan­ge­le­gen­heden ‘Doden van dieren aan het licht Verschui­vende visies, veran­de­rende discussie’


Indiendatum: 24 jun. 2022

Vragen

  1. Bent u bekend met de zienswijze van de Raad voor Dieraangelegenheden ‘Doden van Dieren aan het licht?[1]
  2. Deelt u de conclusie van de RDA in de ‘Staat van het Dier’ (2019) dat de houding van mensen ten opzichte van dieren is veranderd. Nederlanders hebben nu meer respect voor dieren en inbreuken op dierenwelzijn worden minder geaccepteerd? Zo nee, kunt u goed onderbouwd aangeven waarom niet?
  3. Deelt u de constatering van de RDA dat de realiteit genuanceerd is en dat het doden van ongewenste dieren vraagt om een zorgvuldig gesprek en een goede afweging en dat hierbij meer naar het (individuele) dier moet worden gekeken en minder naar de bijdrage van het dier aan het systeem? Zo nee, kunt u goed onderbouwd aangeven waarom niet?
  4. In de zienswijze staat: ‘De vanzelfsprekendheid van doden staat ter discussie. Het doden wordt als handeling gezien die vraagt om meer aandacht en meer discussie over zowel de uitvoering van de handeling, als over systemen en praktijken die tot het doden van dieren leiden.’ Deelt u deze mening en zo ja kunt u aangeven welke activiteiten u hiervoor verricht? Zo nee, kunt u onderbouwd aangeven waarom niet?
  5. In de zienswijze staat: ‘Het ongemak bij doden kan belemmerend werken voor het gesprek erover. Dit ongemak moet ontwikkelingen op het terrein van preventie, zorgvuldige afweging en verantwoorde uitvoering niet in de weg staan. Hiervoor is een breder debat over dit thema noodzakelijk.’ Bent u bereid om het debat over dit thema in de samenleving op te starten? Zo nee, waarom niet?
  6. In de zienswijze staat: ‘Streef naar preventie: minder doden. De veranderende positie van het dier in de samenleving en het ongemak bij het doden van dieren vragen om het verminderen of het voorkomen van het doden door preventie. Dat kan door het wegnemen van de noodzaak voor het doden of door alternatieve oplossingen te ontwikkelen (vooral voor dieren die overlast geven of ongewenst zijn).’ Kunt u aangeven of, en zo ja op welke wijze het college inzet op minder doden van dieren in de vorm van vrijstelling en ontheffingverlening op basis van de Wet natuurbescherming en meer preventie?
  7. In de zienswijze staat: ‘Denk vanuit dierenwelzijn. Het is nodig en mogelijk om minder vanuit het systeem te denken en meer vanuit het (individuele) dier. Het doden van dieren maakt vaak onderdeel uit van een bepaald systeem dat dieren als ongewenst, bedreigend, minder aaibaar of minder beschermwaardig ziet. Dat kan het verminderen van doden en het borgen van dierenwelzijn in de weg staan. Dierenwelzijn is de kwaliteit van leven zoals deze door het dier zelf wordt ervaren.’ 'Een dier ervaart een positieve staat van welzijn als het de vrijheid heeft om normale, soorteigen gedragspatronen uit te voeren en het in staat is om adequaat te reageren op de uitdagingen die de heersende omstandigheden bieden.’ Op welke wijze denkt het college bij de uitvoering van zijn taken vanuit dierenwelzijn (volgens de gegeven definitie)?
  8. In de zienswijze staat: ‘Zorg voor een verantwoorde uitvoering. In elke situatie is het belangrijk dat het doden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt uitgevoerd door vakbekwame mensen. Bij de keuze van een methode van doden moet een zo klein mogelijke negatieve invloed op de betrokken dieren en mensen leidend zijn. Hierbij dient regelgeving onderzocht te worden op conflicten die dierenwelzijnsverbeteringen belemmeren.’ Bij afschot duurt het vaak langer dan nodig voordat dieren gedood zijn en lijden de dieren daardoor onnodig. Wat doet het college eraan om onnodig lijden te voorkomen en dat dit met de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt uitgevoerd, omdat nu nog te vaak voorkomt dat er sprake is van onnodig lijden (zie de filmpjes over de doding van dieren in Zuid-Holland door jagers van de WBE’s)[2]?
  9. Een aanbeveling van de RDA is: professionaliseer de landelijke registratie van alle dieren die overlast geven en houd deze op orde om te kunnen bepalen hoe groot de overlast is. De RDA ziet dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de rijksoverheid, provincies en gemeenten.’ Op welke wijze wil het college hieraan een bijdrage leveren?
  10. Een andere aanbeveling is: stem het beleid in verschillende gemeenten en provincies beter af, ter voorkoming van een ongelijke behandeling van dieren die overlast geven en onduidelijkheid over de aanpak. Op welke wijze wil het college invulling geven aan deze aanbeveling?
  11. In de zienswijze staat: ‘Neem een zorgvuldige afweging als basis. De erkenning van de intrinsieke waarde van dieren maakt dat doden nooit vanzelfsprekend wordt. Elke situatie vraagt om een zorgvuldige afweging, die expliciet maakt welke belangen worden meegenomen en hoe het welzijn van dieren wordt meegewogen. Een afwegingskader kan hierbij helderheid scheppen. Een afwegingskader helpt bij het maken van afwegingen door verschillende onderdelen van de afweging inzichtelijk te maken, alternatieven te benoemen en overwegingen expliciet te maken. Dit bereidt voor op en draagt bij aan de kwaliteit van beslissingen, maar leidt niet noodzakelijk tot een beslissing.’ Is het college bereid om het afwegingskader dat in Bijlage 2 van de zienswijze staat vermeld te gaan hanteren bij de afweging om wel of niet dieren te doden en dit gemotiveerd aan PS aan te geven bij een ontheffingverlening? Zo nee, waarom niet?
  12. In het afwegingskader staat onder punt 7 dat nadat de gekozen methode is toegepast de effectiviteit daarvan moet worden gemonitord ofwel dat moet worden onderzocht of de toegepaste methode effectief is. Dat geldt zowel voor dodelijke als niet-dodelijke methoden. Is het college bereid ook invulling te geven aan deze stap in het afwegingskader. Zo ja, op welke wijze en zo nee, waarom niet?
  13. Zijn er nog aanvullende afwegingen, die het college wil gaan toepassen?

Carla van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Zuid-Holland

[1] https://www.rda.nl/binaries/raad-voordierenaangelegenheden/documenten/publicaties/2022/05/11/zienswijze-doden-van-dieren/RDA.2022.043+RDA+zienswijze+Doden+van+dieren+aan+het+licht.pdf
[2] https://www.animalrights.nl/ban-de-jacht/onderzoek-naar-de-jacht