Tech­nische vragen Contou­ra­genda Natuur­in­clusief Zuid-Holland


Indiendatum: 21 mei 2023

Technische vragen contouragenda natuur inclusief Zuid-Holland

  1. Windparken op zee bieden bijvoorbeeld plek aan rustende vogels en meer voedsel voor vissen en zeezoogdieren, omdat andere storende activiteiten tussen de windturbines niet meer plaatsvinden. Om welke storende activiteiten gaat het hier?
  2. De provincie wil meer inzicht krijgen in de kansen voor biodiversiteit bij het aanleggen van windparken. Een windpark kan namelijk een kans zijn voor bepaalde soorten om juist tot ontwikkeling te komen, omdat rondom een windpark weinig ontwikkeling mogelijk is. Kan dit nader worden toegelicht? Om welke soorten gaat het dan bijvoorbeeld?
  3. Er staat: ‘De achteruitgang van biodiversiteit beperkt zich niet tot zeldzame kritische soorten. Ook algemene soorten, waaronder de grutto en de weidehommel, komen onder druk te staan. Daarom is Naturalis Biodiversity Center aan de slag gegaan met het concept Basiskwaliteit Natuur (BKN): zorgen dat algemene soorten algemeen blijven. Het gaat hier niet om precies behouden wat er voorheen was, maar om de milieucondities zo op orde te krijgen dat ze geen afbreuk doen aan wat van nature aan biodiversiteit te verwachten is. In de verkenning natuurinclusief Zuid-Holland is dit concept getest in gebiedsateliers. Het bleek voor iedereen werkbaar en voorstelbaar, maar niet eenvoudig te realiseren.’ Houdt dit in dat er anders naar de gunstige staat van instandhouding wordt gekeken? En wat betekent dat ten aanzien van het beleid van een ‘gunstige instandhouding van de soort’ (zoals het konijn, de wilde eend, de haas, de vos, ganzen, zwanen)?
  4. De provincie Zuid-Holland zet natuurinclusief werken in als een van de leidende principes bij het ontwikkelen van ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Hoe wordt dit nader uitgewerkt?
  5. Natuurinclusief werken wordt actief toegepast in de gebiedsprocessen van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG). Kan dit nader worden toegelicht?
  6. De rol van de ecoloog van de toekomst wordt onderzocht, en welke kennis en vaardigheden hierbij horen. Hoeveel ecologen zijn er bij de provincie in dienst en is dit voldoende? Zijn de juiste kennis en vaardigheden aanwezig? Zo niet, hoe wordt in deze kennis en vaardigheden voorzien?
  7. Bodem en water wordt gekozen als basisvoorwaarde voor natuurkwaliteit. Waarom is lucht hier niet in meegenomen?
  8. Er zijn 2 aanvullende provinciale domeinen aangewezen om tot acties te komen. We missen daarbij andere overheden, als waterschappen en gemeenten, maar ook de inwoners zelf die kunnen bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit (bijvoorbeeld via natuurvriendelijke tuinen en de Operatie Steenbreek). Waarom zijn andere overheden als domein niet meegenomen?
  9. Waarom is de natuur zelf als domein niet meegenomen?
  10. Inwoners zijn via gemeenten toch ook een belangrijk domein om toe te voegen?
  11. Hoe wordt de Position Paper gecommuniceerd? (pag 14)
  12. Welke taken/bemoeienis heeft de provincie Zuid-Holland precies bij de deltacorridor?

Carla van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland

Indiendatum: 21 mei 2023
Antwoorddatum: 24 mei 2023

1. Het gaat hierbij voornamelijk om vaarverkeer en (bodemberoering door
de) visserij.

2. Om welke soorten het gaat, is afhankelijk van de plek die gekozen wordt en de soorten die daar voorkomen. Juist naar de kansen voor biodiversiteit rondom windparken moet
onderzoek worden gedaan om dit inzichtelijk te maken. Het gebied onder een windmolen zo inrichten dat insecten en grondgebonden zoogdieren hier een beter leefgebied krijgen, is een optie. Daarbij moet je voorkomen dat deze maatregelen weer soorten vleermuizen, die hier kunnen foerageren en de kans op aanvliegingen met de windmolens toeneemt. Kiezen voor een bepaalde inrichting van het omliggende gebied kan aan de andere kant juist de kans op aanvliegingen voorkomen, bijvoorbeeld door ze weg te leiden van het windpark.

3. De gunstige staat van instandhouding is anders dan Basiskwaliteit Natuur. De staat van instandhouding richt zich vooral op de VHR-soorten, waarvan een belangrijk deel – maar lang niet alle - met name voorkomt in natuurgebieden. Basiskwaliteit Natuur stelt dat enkel een goede kwaliteit van de natuur in natuurgebieden niet toereikend is. Ook elders heb je een basiskwaliteit van de natuur nodig. Basiskwaliteit Natuur is als het ware het fundament van de
leefomgeving om een gunstige staat van instandhouding voor meer soorten te borgen en ook belangrijke (ecosysteem)diensten, zoals bestuiving van voedselgewassen, aan de natuur te kunnen blijven ontlenen. Basiskwaliteit natuur draagt bij aan een robuuste natuur met veerkrachtige populaties en zou daardoor op den duur ook meer ruimte voor
ontheffingverlening mogelijk kunnen maken.

4. Natuurinclusief werken als een van de leidende principes bij het ontwikkelen van ruimtelijke en maatschappelijke opgaven is een lange termijn actie. Op dit moment wordt dit verder uitgewerkt in de agenda natuurinclusief (en uiteraard bij de verschillende domeinen)

5. Het ZH-PLG is een grote opgave waarin ‘harde’ natuurdoelen (VHR) gerealiseerd moeten worden. Het verbindende karakter van natuurinclusief biedt een kans om middels bijvoorbeeld gebiedsateliers het gebied, de natuur, haar gebruikers en hun belangen samen aan tafel te brengen. De toepassing van natuurinclusief werken in de gebiedsprocessen van ZH-PLG is een actie uit de contouragenda die komende tijd nadere uitwerking vraagt.

6. In de basis hebben we voldoende kennis en vaardigheden in huis; bij omvangrijke en specifieke zaken maken we gebruik van de kennis van externe De agenda natuurinclusief vraagt echter wel meer en ook anders werken van ecologen. Meer in de zin van: aanvullend op hun rol bij natuurontwikkeling, beheer en monitoring, vraagt het ook actievere en
vroegtijdige betrokkenheid bij ruimtelijke opgaven (zoals natuurinclusieve woningbouw, infra en landbouw), zodat natuur aan de voorkant integraal meegenomen kan worden. Dit vereist ook extra capaciteit. Anders in de zin van: het vraagt een meer verbindende en adviserende rol, waarbij een ecoloog in de voorbereidingsfase van ruimtelijke plannen met autoriteit kennis inbrengt en meestuurt op het proces zodat de juiste keuzes worden gemaakt ten
aanzien van de gewenste toekomstbestendige / natuurinclusieve ontwikkeling.

7. Luchtkwaliteit is inderdaad ook een belangrijke voorwaarde voor natuurkwaliteit.
Met de focus op bodem en water volgt de provincie het Rijk, dat per kamerbrief van november 2022 bodem en water sturend heeft gemaakt bij ruimtelijke keuzes.

8. Samenwerken is een essentieel onderdeel van natuurinclusief werken. De samenwerking met partners van de provincie vindt dan ook primair plaats in de domeinen zelf en is daarom niet opgenomen als separaat domein. De partners en netwerken zullen ook in elk domein anders zijn. Alle genoemde partners zijn wel uitgenodigd voor de Eventweek natuurinclusief afgelopen najaar, op basis waarvan de contouragenda is opgesteld. Ook voor de volgende (volwaardige) versie van de agenda zullen we breed alle partners betrekken.
Het domein Gezondheid is overigens inmiddels ook door het Rijk toegevoegd aan haar agenda als extra domeinen.

9. De provincie heeft belangrijke taken op het gebied van de natuur, zoals de ruimtelijke bescherming van het Natuurnetwerk Nederland. Bij natuurinclusief werken is de kern
juist om maatschappelijke en economische activiteiten te verweven met natuur. Daarom is de contouragenda natuurinclusief ZH juist gericht op andere domeinen dan natuur.

10. De gesprekken met de partners worden binnen de domeinen gevoerd en zijn
afhankelijk van het domein. De eerste gesprekspartners zijn vaak de voor provincie belangrijke partners als gemeenten, Rijk en relevante maatschappelijke organisaties. Maar
afhankelijk van het domein kunnen er natuurlijk ook gesprekken met bewoners worden gevoerd.

11. Dit position paper moet nog geschreven worden. Als het is afgerond, kan het
bijvoorbeeld op de website van de provincie worden geplaatst. Ook kan het gebruikt worden in de contacten die de provincie heef met haar partners.

12. De provincie heeft de afgelopen tijd het gesprek gevoerd met de betrokken
ministeries, de initiatiefnemers, de overige betrokken provincies en in mindere mate ook de betrokken gemeenten en het waterschap. Het gesprek is daarbij vooral gegaan over de
scope van het project, over mogelijke alternatieve tracés, over meekoppelkansen en
uitvoeringskansen. De insteek van het college is daarbij het optimaliseren van het (maatschappelijke) rendement voor de inwoners van Zuid-Holland. Niet alleen de lasten, maar ook de lusten. In de praktijk zetten wij daarbij onze kennis in van ruimtelijke
ontwikkelingsprocessen en zien wij voor onszelf een rol in het herkennen en erkennen van andere (ruimtelijke) opgaven waar dit project aan schuurt en waar mogelijk kansen liggen om de waarde van het project te vergroten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ruimtelijke puzzel maar ook aan het ZHPLG. Wij hebben hiertoe ook opdracht gegeven voor een
ontwerpend onderzoek dat samen met gemeenten en waterschap is uitgevoerd
en waarvan we de resultaten in de vorm van een inspiratiedocument binnenkort aan alle betrokkenen willen meegeven. Daarnaast proberen wij de andere betrokken overheden zo goed mogelijk te informeren, samen op te trekken in de communicatie en waar nodig te
betrekken. Ook omdat het belangrijk is voor succes en voortgang om goed oog
te hebben voor het draagvlak voor de beoogde ontwikkeling. Deze week zal de eerste stap in het formele proces worden genomen en zal het voornemen en voorstel voor
participatie door het Rijk worden gepubliceerd.

Interessant voor jou

Schriftelijke vragen kilometerslang oliespoor in de Biesbosch

Lees verder

Technische vragen Jaarstukken 2022

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer