Tech­nische vragen gevolgen uitspraak Europese Hof voor Program­ma­tische Aanpak Stikstof (PAS)


Toelichting

Op 7 november 2018 beantwoordde het Europees Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de Raad van State over de Programmatische aanpak stikstof (PAS). Uit het vonnis wordt duidelijk dat er in principe binnen het kader van de Habitatrichtlijn ruimte is voor een programmatische aanpak, maar dat die ruimte zeer beperkt is.

Zo overweegt het Hof in rechtsoverweging 104: “… het niet in de weg staat aan een nationale regeling … in het kader van een programmatische aanpak een vergunning … kunnen verlenen op basis van een passende beoordeling … volgens welke een bepaalde totale hoeveelheid stikstofdepositie verenigbaar is met de instandhoudingsdoelstellingen…. Dat is echter slechts het geval wanneer … kan worden gegarandeerd dat … geen van de plannen of projecten schadelijke gevolgen heeft….” Het is moeilijk in te zien hoe de garantie kan worden gegeven dat er geen schadelijke gevolgen zullen zijn voor de natuurlijke kenmerken van het gebied terwijl de stikstofdepositie hoger is dan verenigbaar met de instandhoudingsdoelstellingen.

Ook overweegt het Hof in rechtsoverweging 132 dat “maatregelen die losstaan van dat programma, niet mogen worden betrokken in een passende beoordeling … indien de verwachte voordelen van die maatregelen niet vaststaan ten tijde van die beoordeling.” Dit is de kern van de PAS, die verwachte verbeteringen gebruikt om nieuwe activiteiten te legitimeren. Bovendien ziet het Hof het weiden van vee en het bemesten van land als een project, indien het gebruik is gewijzigd sinds de inwerkingtreding van de Habitatrichtlijn.

De huidige PAS moet dus worden geacht in strijd te zijn met de Habitatrichtlijn. Een aangepaste PAS zal zich binnen de kaders van de uitspraak van het Hof moeten begeven. Er is veel onduidelijkheid wat dit betekent voor toekomstige projecten, maar ook voor toestemmingen uit het verleden. Hierbij valt te denken aan ‘bestaand gebruik’ en 130 kilometer per uur maximum snelheid die zijn opgenomen in de autonome ontwikkelingen, besluiten waarbij PAS ruimte is toebedeeld op basis van een melding en vergunningen op basis van de PAS.

Naar aanleiding van deze toelichting leggen de Partij voor de Dieren en GroenLinks in afwachting van de uitspraak van de Raad van State de volgende technische vragen aan u voor.

Vragen
1. Wat zijn voor de provincie de gevolgen van de uitspraak van het Hof, en in het bijzonder ro 104 en 132?

2. Het wijzigen van beweiding sinds de inwerkingtreding van de habitatrichtlijn (1992), bijvoorbeeld door meer dieren, of mest op het land brengen, bijvoorbeeld door andere technieken of volumes, moet gezien worden als een project dat moet worden beoordeeld. Op welke wijze is op dit moment de juridische grondslag voor deze projecten op basis van de Wet Natuurbescherming gegeven?

3. Hoeveel van deze projecten zijn er in de provincie?

4. Welke andere activiteiten, die voor de PAS als ‘bestaand gebruik’ onder de autonome ontwikkelingen zijn geschaard, zijn in Zuid-Holland oogluikend toegestaan? En hoeveel van deze activiteiten zijn er sinds 1992 gewijzigd?

5. Wat is de juridische status van dit ‘bestaand gebruik’?

6. Hoeveel meldingen zijn er gedaan onder de PAS in Zuid-Holland en wat is daarvan de status nu de PAS in strijd blijkt met de habitatrichtlijn?

7. Hoeveel vergunningen zijn er verleend onder de PAS in Zuid-Holland en wat is daarvan de status nu de PAS in strijd blijkt met de habitatrichtlijn?

8. Met welk besluit is de juridische grondslag op basis van de wet natuurbescherming gegeven voor het verhogen van de maximum snelheid van 130 kilometer per uur?

9. Indien daar geen besluit voor genomen is, moet het dan gezien worden als een project? Zo nee, hoe moet dit dan wel worden gezien?

10. Indien de enige passende beoordeling van de verhoging van de maximum snelheid naar 130 km/u de PAS is, is het rijden met 130 km/u dan in strijd met de habitatrichtlijn? Zo nee, wat is dan de beoordeling geweest?

11. Met welk besluit is de juridische grondslag op basis van de wet natuurbescherming gegeven voor de uitbreiding van het aantal vluchten vanaf Schiphol?

12. Indien daar geen besluit voor genomen is, moet het dan gezien worden als een project? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke passende beoordeling ligt daaraan ten grondslag?

13. Welke andere ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in Zuid-Holland die stikstof uitstoten en onder de autonome ontwikkelingen zijn geschaard?

14. De verbinding A13-A16 zou ontwikkelingsruimte van de PAS nodig hebben. Wat is hiervan de huidige status?

15. Welke projecten waar nog geen definitief besluit voor is genomen staan op stapel in Zuid-Holland, die gebruik hopen te maken van ontwikkelingsruimte van de PAS? Van welke van deze projecten is de provincie leidend of initiatiefnemer?

16. Onder welke omstandigheden bent u verplicht om op basis van artikel 2.2 lid 2 passende maatregelen te nemen en is hiervan sprake in Zuid-Holland?

17. Is het juist dat er maatregelen genomen moeten worden indien de stikstofdepositie niet in overeenstemming is met de instandhoudingsdoelen natuur? Zo nee, wat is dan de situatie?

Carla van Viegen Robert Klumpes Anne Koning

Partij voor de Dieren GroenLinks PvdA

Antwoorddatum: 1 feb. 2019

Klik hier voor de antwoorden.