Tech­nische vragen Visie Rijke Groen­blauwe Leef­om­geving



  • 1) Wat zijn het wettelijk kader en internationale verplichtingen en verantwoordelijkheden waaraan de provincie te voldoen heeft ten aanzien van natuur- water- en landschapsbescherming (taken en verplichtingen) ?
  • 2) Zijn al deze aspecten meegenomen in de visie?
  • 3) Hoe verhoudt dit voorgestelde beleid zich tot het beleid van andere overheden, zoals Rijk, gemeenten en waterschappen?
  • 4) Op welke wijze en wanneer pakt de provincie de regie bij de uitvoering van de visie, (zoals bij de landbouwambitie) en welke provinciale instrumenten worden hiervoor ingezet?
  • 5) Waarom leidt de Visie groenblauwe leefomgeving niet tot aanpassingen of aanvullingen in de Omgevingsverordening (dus waarom wordt dit instrument niet ingezet)?
  • 6) Vervangt de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving ook beleidsaspecten uit andere beleidsdocumenten dan enkel de Beleidsvisie Groen? Zo ja welke zijn dat dan?
  • 7) Op welke wijze is het beleidsplan Groen geëvalueerd en welke lessen zijn hieruit getrokken? Op welke wijze zijn deze lessen meegenomen in de nieuwe visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving?
  • 8) De visie is tot stand gekomen samen met ongeveer 300 organisaties/betrokkenen e.d. Wat is de inbreng van de provincie zelf geweest?
  • 9) Ons lijken de voorgestelde maatregelen ten opzichte van de ambities mager. Kan nader worden onderbouwd waarom met de voorgestelde maatregelen de soms vergaande ambities (zoals de landbouwambities) wel verwacht worden gehaald te worden?
  • 10)De Europese Landschapsconventieis een verdragvan de Raad van Europaen het eerste internationale verdrag waar het thema landschapintegraal behandeld wordt, waaronder de bescherming van het natuurlijk erfgoed. Voor de uitvoering is men verplicht instrumenten in te voeren gericht op de bescherming, het beheer en/of de inrichting van het landschap, waaronder het natuurlijk erfgoed. Op welke wijze wordt door de provincie beleid ontwikkeld en wordt er concreet invulling gegeven aan dit verdrag (en specifiek ten aanzien van het natuurlijk erfgoed)?
  • 11)Op welke wijze wordt door de provincie invulling gegeven aan de verplichtingen m.b.t. de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn? Graag een zo specifiek mogelijk antwoord. Worden de internationale doelstellingen op het gebied van natuurbescherming met deze plannen tijdig behaald? Zo nee, welke extra maatregelen moeten hiervoor genomen worden?
  • 12)Wat is de relatie tussen de visie Groenblauwe leefomgeving en de Omgevingsvisie en worden er nog zaken aangepast in de omgevingsvisie of wordt het één op één overgenomen?
  • 13)Waarom wordt het belang van de mens in de visie centraal gesteld en niet het belang van de intrinsieke waarde van de natuur (wat zelfs een uitgangspunt is van de Wet Natuurbescherming)? En waarom wordt het überhaupt niet genoemd?
  • 14)Wat is de provinciale visie op de intrinsieke waarde van de natuur?
  • 15)Is het mogelijk om de begrippenlijst uit te breiden om het document ook voor buitenstaanders duidelijk leesbaar en beter begrijpbaar te maken? Wat wordt bijvoorbeeld precies bedoeld met:

- ruimtelijke kwaliteit;

- natuurinclusieve landbouw;

- belevenis;

- beleving;

- attractieve waarde;

- klimaatadaptatie;

- scorekaart;

- landschapspark Zuidvleugel;

- landschapstafels;

- hittestress;

- iconische groenprojecten;

- circulaire landbouw;

- interbestuurlijke Programma Aanpak Stikstof;

- grondgebonden landbouw;

- beleefbare estuariene natuur;

- effectief boerenlandvogelbeheer;

- ‘cheese valley’?

  • 16)Wat zijn de specifieke, regionale en gebiedsgerichte provinciale ambities en hoe wordt hieraan invulling gegeven?
  • 17)Hoe wordt bijvoorbeeld het bijzondere provinciale landschap Midden-Delfland beschermd?
  • 18)Wat wordt verstaan onder een ‘betere groenblauwe omgeving’ (pag. 9)?
  • 19)Er wordt gesteld dat de landbouw economisch een succes is (pag. 15). Waarop is deze stellingname gebaseerd? En wat zijn de maatschappelijke kosten, die aan dit aangegeven succes ten grondslag liggen (zoals vervuiling van bodem, water, lucht, volksgezondheid e.d.)?
  • 20)Kan (indicatief) worden aangegeven hoeveel overheidssubsidie (Europees, landelijk en provinciaal) jaarlijks wordt verstrekt aan de Zuid-Hollandse landbouw en hoe zich dat verhoudt tot het economisch succes?
  • 21)Waarom is bij het hoofdstuk op pag. 21 gekozen voor ‘beheren, ontwikkelen en beschermen en niet voor ‘natuur’’ of ‘natuurbescherming’ (het gaat hier immers om een natuurvisie)?
  • 22)Op welke wijze wordt de systemische, ecologische en hydrologische samenhang van Natura 2000- gebieden met de omgeving versterkt (pag. 21)?
  • 23)Waarom wordt er bij ecosysteemdiensten niet de koppeling gemaakt met schoon water, gezondheid, luchtkwaliteit?
  • 24)Waarom is tijdelijke natuur niet benoemd in de visie?
  • 25)Wanneer zijn economie en ecologie in balans (pag. 22) (Dat is voor ons niet duidelijk)?
  • 26)Worden de internationale doelen wel gehaald met deze plannen En wat moet er extra worden gedaan om het dan wel te behalen?
  • 27)Waarom is er gekozen voor de huidige thema’s en hoe zijn die tot stand gekomen?
  • 28)Waarom is er gekozen voor de combinatie hittestress en zwemwater en bijvoorbeeld niet de combinatie van hittestress en schaduw (zoals verkoeling door bomen), of aanpak bij de bron?
  • 29)Er wordt ingezet op meer woningbouw, wat leidt tot een hogere recreatiebehoefte en meer recreatiegebieden? Wordt er ingezet op extra recreatiegebieden en zo ja waar worden deze gerealiseerd?
  • 30)Waarom wordt er bij bodemdaling geen beleid voorgesteld met betrekking tot het instrument waterpeil? Gaat hier in de toekomst wel beleid op ontwikkeld worden? Zo ja, wanneer?
  • 31)Hoe zijn op pagina 34 de kwalificaties groen, oranje , rood tot stand gekomen (op basis van welke toetsingscriteria)?
  • 32)We missen in de natuurvisie een hoofdstuk toezicht en handhaving. Waarom is dit niet meegenomen in deze visie? Op welke wijze wordt inhoud gegeven aan het provinciale toezicht en de handhaving ingevolge de natuurbeschermings- en milieuwetgeving, die voor de provincie van toepassing is?
  • 33)We missen in de visie beleidsvoorstellen op het gebied van beheer van groene recreatiegebieden. Waarom is dit niet meegenomen? Hoe wordt verder inhoud gegeven aan het beheer van groene recreatiegebieden?
  • 34)De provincie heeft de plicht van actieve soortenbescherming en gaat er vanuit dat met de bescherming van een aantal icoonsoorten ook andere beschermde soorten kunnen meeliften. Welke aanvullende maatregelen moeten worden genomen om alle soorten actief te beschermen?
  • 35)Hoe is de huidige lijst van icoonsoorten tot stand gekomen?
  • 36)Welke criteria zijn gehanteerd voor opname van een soort op de lijst?
  • 37)De plicht om in te zetten op actieve soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming betekent dat de provincie maatregelen moet nemen ten behoeve van het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten dieren en planten. Is de staat van instandhouding van alle Zuid-Hollandse soorten bekend en is dus ook bekend voor welke soorten maatregelen moeten worden genomen om een gunstige staat van instandhouding te bereiken? Zo ja om welke soorten gaat het dan? Zo nee, wordt dit alsnog gedaan?
  • 38)Waarom wordt de focus gelegd op ‘meerdaags verblijf (op het water)’ (pag. 26) en bijvoorbeeld niet op dagrecreatie?
  • 39)Hoe wordt er inhoud gegeven aan het verdere proces in de uitvoering (monitoring voortgang, planning, tussenevaluaties e.d.)?