Tech­nische vragen Jaar­stukken commissie KNM


Indiendatum: 30 mei 2022

Technische vragen

  1. Pag.100. ‘Het instrument van onteigening zit helemaal onder in de instrumentenkoffer, maar kan wel nodig zijn voor de laatste cruciale hectares.’ Waar wordt verwacht dat dit nodig kan zijn? Welke zijn de laatste cruciale hectaren?
  2. Pag.100. Er staat dat groeimodel Bos- en bomenbeleid en vervolgens een ruimtelijke strategie Bos en bomen in 2021 is vastgesteld. Deze is toch nog niet vastgesteld?
  3. Pag.101. ‘Veel energie in 2021 is uitgegaan naar de opbouw van dit brede netwerk’ (transitie landbouw). Wat is hier precies voor gedaan? En welk effect wordt hiervan precies verwacht?
  4. Pag.102. Het programma ‘NNN realisatie' gaat over die delen van het NNN die nog ingericht moeten worden: in totaal nog circa 3.300 ha natuurgebied en circa 110 km ecologische verbinding. Hiervoor geldt een deadline van 2027. Hoeveel ha natuurgebied is in 2021 ingericht en hoeveel km ecologische verbindingszone is in 2021 gerealiseerd?
  5. Pag.102. Dashboard NNN realisatie. Waar kunnen we deze vinden?
  6. Pag.102. ‘Naast de omvangrijke projecten in de Krimpenerwaard en Gouwe Wiericke, waar al tientallen jaren gebiedsprocessen lopen, liggen er verspreid in de provincie ook nog ca. 800 ha kleinere NNN-gebieden en ca. 110 kilometer ecologische verbinding, die gemaakt moeten worden. Met een groot deel hiervan zijn we pas enkele jaren geleden gestart. Omdat dit programma nog in een verkennende en initiërende fase zit, zijn in 2021 nog geen nieuwe hectares beschikbaar gekomen of ingericht.’ Waarom is dit pas een paar jaar geleden opgestart en hoe gaat de inhaalslag tot 2027 worden gemaakt?
  7. Pag.103. Er staat: ‘Zo wordt in de Grevelingen het leefgebied van kustbroedvogels verbeterd.’ Wat wordt er precies voor het leefgebied gedaan?
  8. Pag.104. ‘De nog lopende monitoring van het gebruik van de ecopassages en de overdracht van de gronden onder de ecopassage Schie aan de toekomstig beheerder is nog niet helemaal afgerond, waardoor een deel van deze kosten ten laste komt van 2022.’ Wanneer wordt de afronding verwacht? En om welke ecopassage gaat het hier?
  9. Pag.105. ‘Er is gewerkt aan voorbereiding en uitvoering van een ecologische impuls rond een aantal provinciale wegen (onder andere N207, N214 en N228).’ Wat houdt deze ecologische impuls in?
  10. Pag.109. Kan worden uitgelegd wat met meerlaagse veiligheid wordt bedoeld?
  11. Pag.115. ‘Buijtenland van Rhoon / PMR 750 € -0,2 mln (n). Het resultaat wordt enerzijds veroorzaakt door een overschrijding door het eerder plaatsvinden van grondverwervingen (€ 0,6 mln). Anderzijds is er op het onderdeel Rhoonse Stort een onderschrijding van € 0,4 mln doordat werkzaamheden voor boscompensatie doorgeschoven zijn naar 2022.' Waarom is de boscompensatie doorgeschoven?
  12. Pag.115. ‘Boerenlandvogels € 0,6 mln (v). De onderbesteding binnen de opgave Boerenlandvogels wordt voor € 0,02 mln verklaard door beperkte capaciteit. Door deze beperkte capaciteit kon er minder worden ingezet op monitoring en communicatie. Daarnaast vond inhuur later plaats dan verwacht in verband met krapte op de arbeidsmarkt.’ Wat is de oorzaak van de beperkte capaciteit en wat wordt er aan gedaan om dit op te lossen?
  13. Pag.115. ‘Allereerst is er vanwege een (prijs)dispuut met een leverancier vertraging binnen dit project ontstaan. Daarnaast ontstond er vertraging bij verlening van de vergunning. Hierdoor is de inrichting naar 2022 uitgesteld.’ Waardoor is de vergunningverlening vertraagd en hoe wordt dit opgelost?
  14. Pag.115. Kan worden uitgelegd wat de ‘Trappenhuisrapportage’ inhoudt?
  15. Pag.143. ‘De provincie Zuid-Holland heeft bijeenkomsten georganiseerd met alle gemeenten in de provincie met de vraag op welke wijze ze ondersteuning willen hebben bij de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Belangrijke aandachtspunten bij gemeenten zijn houtstook en citizen science. De ondersteuning van gemeenten is met de inzet van omgevingsdiensten verder vormgegeven.’ Hoe wordt hieraan inhoud gegeven in 2022 door de omgevingsdiensten?
  16. Pag.143. Geurhinderbeleid. Hoe verhoudt zich nu de overlast voor inwoners ten opzichte van de uitstootrechten van bedrijven?
  17. Pag.152. ‘Beheer recreatiegebieden € 0,2 mln (v). In de voorjaarsnota was op basis van berekeningen met het terreinbeheermodel aanvullend budget opgenomen voor groot onderhoud van recreatiegebieden in provinciaal eigendom. In 2021 bleken de werkzaamheden vanwege diverse meevallers binnen de bestaande budgetten te kunnen worden uitgevoerd. Ook is in de gebieden die in de loop van het jaar zijn overgedragen geen langjarig grootonderhoud uitgevoerd.’ Welke zijn deze meevallers? En waarom is er geen langjarig grootonderhoud uitgevoerd?
  18. Pag.154. ‘Leges omgevingsrecht (Wabo) € 1,2 mln (v) . De provincie heft leges op de zogeheten BRIKS-taken (bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen) van de omgevingsvergunning voor die bedrijven waarvoor de provincie op grond van de milieuwetgeving bevoegd gezag is. Binnen de legesverordening is er sprake van kruissubsidiëring. In 2021 waren er meer grote bouwaanvragen dan kleinere waardoor er een hogere opbrengst is dan geraamd. Diverse opgelegde leges ontvingen een bezwaar. Gezien de bezwaren wordt rekening gehouden met toekenning van het bezwaar waarmee ontvangsten uit leges dalen. De voorziening dubieuze debiteuren is verhoogd met € 2,5 mln in verband met de ontvangen bezwaren op diverse opgelegde leges.' Wat is kruissubsidiëring? En waar bestonden de bezwaren uit?

Carla van Viegen
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland

Indiendatum: 30 mei 2022
Antwoorddatum: 1 jun. 2022

1. Pag 100. ‘Het instrument van onteigening zit dat helemaal onder in de instrumentenkoffer, maar kan wel nodig zijn voor de laatste cruciale hectares.’ Waar wordt verwacht dat dit nodig kan zijn? Welke zijn de laatste cruciale hectaren?

Binnen de uitvoeringsprogramma’s wordt een actieve minnelijke verwervingsstrategie gevoerd. Met de stuurgroep Krimpenerwaard is reeds overeengekomen dat het instrument van volledige schadeloosstelling / onteigening ingezet wordt. Voor de overige gebieden loopt de analyse nog of dit instrument nodig is.

2. Pag 100. Er staat dat groeimodel Bos- en bomenbeleid en vervolgens een ruimtelijke strategie Bos en bomen in 2021 is vastgesteld. Deze is toch nog niet vastgesteld?

De ruimtelijke strategie is inderdaad niet vastgesteld door GS. De Ruimtelijk strategie Bos en bomen omvat geen nieuw beleid, maar wel handvatten en aanbevelingen voor overheden en maatschappelijke organisaties om aan de slag te gaan. GS hebben een brief naar PS en alle Zuid-Hollandse gemeentes gestuurd om ook hen te informeren over de Ruimtelijke strategie (en wat andere resultaten van het Bos- en bomenbeleid) (zie stukken procedure vergadering KNM 1 juni).

3. Pag 101. ‘Veel energie in 2021 is uitgegaan naar de opbouw van dit brede netwerk’ (transitie landbouw). Wat is hier precies voor gedaan? En welk effect wordt hiervan precies verwacht?

Voortbouwen staande netwerk aan concrete pilots, programma’s en projecten. Zoals via Voedselfamilies, met werkplaatsen en bouw van aanpak gebiedsgericht, op focusgebieden. Met Groene Cirkels opbouw tot nieuw convenant Kaas en Bodemdaling dat in 2022 gesloten wordt, en een hele nieuwe cirkel in opbouw, Tuin van Holland. Verder binnen veenweidestrategie in focusgebieden: bij Nieuwkoopse plassen gericht op doelen klimaatakkoord/bodemdaling en stikstofaanpak, in Alblasserwaard en Krimpenerwaard voortzetting gebiedsproces rond bodemdaling met als resultaat Startnotitie Veenweidestrategie in september met instemming van 18 betrokken partijen door GS vastgesteld en start projecten voor aanleg onderwaterdrainage vanuit Impulsgelden.

Daarnaast hebben we samen met de belangrijkste partners, ook in de keten, een Ronde Tafel opgezet waarin we ons onder meer richten op het ontwikkelen van verdienmodellen en het wegnemen van belemmerende regelgeving voor verduurzaming.

De provincie is en blijft partner is staande programma’s en zal met partners ook nieuwe verbindingen aangaan, die onder meer in het kader van het NPLG, maar ook het vervolg van het POP3 (NSP) van belang zijn. Wat we daarvan precies verwachten is in ieder geval dat we als partners gezamenlijk optrekken in de complexiteit van transitie van het landelijke gebied en de rol die agrariërs en diverse andere partners daarin spelen.

4. Pag 102. Het programma ‘NNN realisatie' gaat over die delen van het NNN die nog ingericht moeten worden: in totaal nog circa 3.300 ha natuurgebied en circa 110 km ecologische verbinding. Hiervoor geldt een deadline van 2027 Hoeveel ha natuurgebied is in 2021 ingericht en hoeveel km ecologische verbindingszone is in 2021 gerealiseerd?

Voor een groot deel van het nog te realiseren NNN zijn de gronden beschikbaar en gaan we nu naar de realisatiefase. Voor ca. 2.000 ha. worden nu concrete inrichtingsplannen gemaakt en vervolgens vergunningen aangevraagd en aannemers ingehuurd; de daadwerkelijke uitvoering van de inrichtingsmaatregelen vindt gefaseerd plaats in 2022 t/m 2026. In 2021 zijn 21 ha ingericht.

5. Pag 102. Dashboard NNN realisatie. Waar kunnen we deze vinden?

Het Dashboard NNN realisatie bevat vertrouwelijke informatie herleidbaar tot personen. Het dashboard is daarom niet benaderbaar voor statenleden. Wel delen wij de informatie uit dit dashboard over de voortgang van de NNN realisatie met Provinciale Staten via rapportages als de Voortgangsrapportage Groen (VGR) en de Voortgangsrapportage Natuur (VRN).

6. Pag 102. ‘Naast de omvangrijke projecten in de Krimpenerwaard en Gouwe Wiericke, waar al tientallen jaren gebiedsprocessen lopen, liggen er verspreid in de provincie ook nog ca. 800 ha kleinere NNN- gebieden en ca. 110 kilometer ecologische verbinding, die gemaakt moeten worden. Met een groot deel hiervan zijn we pas enkele jaren geleden gestart. Omdat dit programma nog in een verkennende en initiërende fase zit, zijn in 2021 nog geen nieuwe hectares beschikbaar gekomen of ingericht.’ Waarom is dit pas een paar jaar geleden opgestart en hoe gaat de inhaalslag tot 2027 worden gemaakt

Het besluit om de restantopgave NNZH actief op te pakken is in 2018 door PS genomen. In 2019 is het programma opgebouwd en in 2020 actief geworden. Op projectniveau liepen er al wel losse initiatieven.

De inhaalslag wordt gemaakt door gebiedsanalyses met partners uit te voeren en allereerst te richten op de kansen en het identificeren van de meest cruciale onderdelen van het NNN. De mogelijkheden voor realisatie zijn verbreed met de vaststelling van het handelingskader. Verder wordt (in Taskforce verband) met andere provincies en TBO’s in ZH afgestemd en gezocht naar versnellingsstrategieën.

7. Pag 103. Er staat: ‘Zo wordt in de Grevelingen het leefgebied van kustbroedvogels verbeterd.’ Wat wordt er precies voor het leefgebied gedaan?

De Slikken van Flakkee en het eiland Hompelvoet in de Grevelingen zijn rijk aan plantensoorten en belangrijk voor kust(broed)vogels. Op een aantal locaties wordt het waardevolle vochtig duinvallei (habitattype H2190) bedreigd door een toename aan struweel. Om dit habitattype te herstellen en de fysieke omstandigheden te verbeteren is in het kader van het programma natuur een bijdrage gevraagd voor het verwijderen van het struweel. Bijkomend voordeel is dat door het verwijderen van struweel de ruimte voor kustbroedvogels toeneemt om (veiliger) te kunnen broeden. In 2021 zijn de werkzaamheden gestart.

8. Pag 104. ‘De nog lopende monitoring van het gebruik van de ecopassages en de overdracht van de gronden onder de ecopassage Schie aan de toekomstig beheerder is nog niet helemaal afgerond, waardoor een deel van deze kosten ten laste komt van 2022.’ Wanneer wordt de afronding verwacht? En om welke ecopassage gaat het hier?

Het gaat over ecopassage de Schie en dat is afgelopen februari inmiddels afgerond.

9. Pag 105. ‘Er is gewerkt aan voorbereiding en uitvoering van een ecologische impuls rond een aantal provinciale wegen (onder andere N207, N214 en N228).’ Wat houdt deze ecologische impuls in?

Voor de N207 en de N228 betreft het faunapassages inclusief investering in goede toeleiding. Bij de N214 gaat het om een compensatiepakket ihkv groot onderhoud.

10. Pag 109. Kan worden uitgelegd wat met meerlaagse veiligheid wordt bedoeld?

Het concept meerlaagsveiligheid (MLV) is in 2009 in het Nationaal Waterplan geïntroduceerd voor een duurzaam waterveiligheidsbeleid voor overstromingen. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming. De tweede laag richt zich op het realiseren van een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land. De derde laag zet in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming (rampenbeheersing). Soms wordt ook een vierde laag onderscheiden: herstel na overstroming. Meerlaagsveiligheid gaat uit van een risicobenadering, het gaat om zowel kansen op als mogelijke gevolgen van overstromingen.

11. Pag 115. ‘Buijtenland van Rhoon / PMR 750 € -0,2 mln (n) Het resultaat wordt enerzijds veroorzaakt door een overschrijding door het eerder plaatsvinden van grondverwervingen (€ 0,6 mln). Anderzijds is er op het onderdeel Rhoonse Stort een onderschrijding van € 0,4 mln doordat werkzaamheden voor boscompensatie doorgeschoven zijn naar 2022. Waarom is de boscompensatie doorgeschoven?

Door enige vertraging in de aanbesteding van de uitvoering en in de levering van plantgoed kon het plantseizoen van 2021 niet worden gehaald. Daarom wordt het nu 2022.

12. Pag 115. ‘Boerenlandvogels € 0,6 mln (v).De onderbesteding binnen de opgave Boerenlandvogels wordt voor € 0,02 mln verklaard door beperkte capaciteit. Door deze beperkte capaciteit kon er minder worden ingezet op monitoring en communicatie. Daarnaast vond inhuur later plaats dan verwacht in verband met krapte op de arbeidsmarkt.’ Wat is de oorzaak van de beperkte capaciteit en wat wordt er aan gedaan om dit op te lossen?

Dit speelt niet meer want er heeft inmiddels uitbreiding van de capaciteit plaatsgevonden.

13. Pag 115. ‘Allereerst is er vanwege een (prijs)dispuut met een leverancier vertraging binnen dit project ontstaan. Daarnaast ontstond er vertraging bij verlening van de vergunning. Hierdoor is de inrichting naar 2022 uitgesteld.’ Waardoor is de vergunningverlening vertraagd en hoe wordt dit opgelost?

Het verkrijgen van vergunningen / ontheffingen kostte meer tijd dan in eerste instantie werd verwacht. Inmiddels zijn alle benodigde vergunningen binnen.

14. Pag 115. Kan worden uitgelegd wat de ‘Trappenhuisrapportage’ inhoudt?

De trappenhuisrapportage is het jaarlijkse overzicht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van de subsidiebetalingen die zij hebben verricht namens de provincie in het voorgaande jaar. De RVO voert voor de provincie de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer uit, waaruit subsidie voor natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer verstrekt wordt.

15. Pag 143. ‘De provincie Zuid-Holland heeft bijeenkomsten georganiseerd met alle gemeenten in de provincie met de vraag op welke wijze ze ondersteuning willen hebben bij de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Belangrijke aandachtspunten bij gemeenten zijn houtstook en citizen science. De ondersteuning van gemeenten is met de inzet van omgevingsdiensten verder vormgegeven.’ Hoe wordt hieraan inhoud gegeven in 2022 door de omgevingsdiensten?

De ondersteuning vanuit Omgevingsdiensten op luchtkwaliteit is ook in 2022 beschikbaar en wordt actief naar gemeenten gecommuniceerd. In de overleggen met gemeenten worden specifieke problemen, zoals inzake houtstook en citizen science besproken en waar mogelijk met behulp van de Omgevingsdienst opgelost. Bij alle gemeenten ligt het aanbod van de Omgevingsdienst op tafel, ook fysiek door de brief met het aanbod van ondersteuning, die gedeputeerde Stolk aan alle gemeenten heeft gestuurd. Het is aan de gemeenten zelf om vervolgens van dit aanbod gebruik te maken. We zien dat de behoefte aan ondersteuning in de praktijk verschilt. Daarmee is de inzet van Omgevingsdiensten ook verschillend.

16. Pag 143. Geurhinderbeleid. Hoe verhoudt zich nu de overlast voor inwoners ten opzichte van de uitstootrechten van bedrijven?

De provincie heeft beleidsregels voor geur, die gebruikt worden bij het toetsen van vergunningaanvragen voor bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag. Het algemene uitgangspunt in deze beleidsregels is het voorkomen van (nieuwe) overlast en dat geur-emitterende bedrijven de beste beschikbare technieken (BBT) inzetten om overlast voor de omgeving te voorkomen dan wel te beperken tot een aanvaardbaar hinderniveau. In het provinciale beleid wordt de geursituatie beoordeeld aan de hand van een aantal aspecten die betrekking hebben op de omvang en de aard van de geuremissie, zoals hoe vaak de geur waarneembaar is, hoe sterk de geur is en hoe (on)aangenaam de geur is. Daarnaast worden plekken waar mensen langere tijd verblijven beter beschermd tegen overlast. Voor de bepaling van mate van overlast wordt de omvang van de geur die vrijkomt eerst bepaald met metingen en berekeningen. Daarna wordt de verspreiding van die geur berekend, beoordeeld en getoetst aan het geurhinderbeleid. Het geurhinderbeleid van de provincie is gebaseerd op internationale regelgeving (IPPC-richtlijnen en BBT) en landelijke regelgeving.

17. Pag 154. ‘Leges omgevingsrecht (Wabo) € 1,2 mln (v) . De provincie heft leges op de zogeheten BRIKS-taken (bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen) van de omgevingsvergunning voor die bedrijven waarvoor de provincie op grond van de milieuwetgeving bevoegd gezag is. Binnen de legesverordening is er sprake van kruissubsidiëring. In 2021 waren er meer grote bouwaanvragen dan kleinere waardoor er een hogere opbrengst is dan geraamd. Diverse opgelegde leges ontvingen een bezwaar. Gezien de bezwaren wordt rekening gehouden met toekenning van het bezwaar waarmee ontvangsten uit leges dalen. De voorziening dubieuze debiteuren is verhoogd met € 2,5 mln in verband met de ontvangen bezwaren op diverse opgelegde leges. Wat is kruissubsidiëring? En waar bestonden de bezwaren uit?

Kruissubsidiëring houdt in dat de legestarieven voor sommige diensten hoger worden gesteld ten einde de legestarieven voor andere diensten lager te kunnen houden. Om de lasten van de bedrijven zo eerlijk mogelijk te verdelen, is de tarieventabel zo opgebouwd dat de “grote” bouwaanvragen (een deel van) de kosten van de “kleinere” bouwaanvragen compenseren. Kruissubsidiëring is juridisch toegestaan, zolang er geen sprake is van willekeurige of onredelijke belastingheffing.

De bezwaren zijn gericht tegen aanvragen voor vergunning die buiten behandeling zijn gesteld. Buitenbehandelingstelling geeft conform de verordening aanspraak op reductie van aanslagbedrag (50%). Belastingplichtige verzoekt om intrekking van volledige aanslag.

Daarbij is voor hetzelfde project na buitenbehandelingstelling van de 1e aanvraag een herhaalde vergunningaanvraag in behandeling genomen. Hiermee is voldaan aan een belastbaar feit voor Legesaanslag. Belastingplichtige ziet dit als dubbele aanslagoplegging. Juridisch gezien betreft het 2 aparte aanslagen.