Tech­nische vragen Uitvoe­rings­pro­gramma Natuur


Indiendatum: 19 mrt. 2021

  1. Tot en met 2030 komt jaarlijks een substantieel bedrag beschikbaar voor natuurherstel en natuurontwikkeling, oplopend tot 300 miljoen euro per jaar. Hoe gaat de verdeling over de provincies plaatsvinden en welke criteria worden hiervoor gehanteerd?
  2. Er staat in het plan: ‘We willen een goede basiskwaliteit van de natuur, binnen én buiten natuurgebieden en bevorderen de transitie naar een natuurinclusieve samenleving voor algeheel biodiversiteitsherstel.’ Een natuurinclusieve samenleving is een breed omvattend begrip. Hoe wordt de Agenda Natuurinclusief nader uitgewerkt? Wordt hiervoor een nader plan van aanpak uitgewerkt?
  3. Het programma gaat uit van een adaptieve aanpak, met een reguliere cyclus van monitoring, rapportage en gezamenlijke evaluatie en bijstelling. Waaruit bestaat deze reguliere cyclus?
  4. Er staat: ‘Het uitvoeringsprogramma is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk en provincies. Bestaande rollen en verantwoordelijkheden, inclusief die van Provinciale Staten, zijn het uitgangspunt. Een van de hoofdafspraken in dit Natuurpact is om het NNN af te ronden in 2027. De provincies zullen daarvoor het bestaande netwerk vergroten en 80.000 hectare nieuwe natuur inrichten’. Om het even helder te krijgen, wat is ook alweer de totaalopgave van Zuid-Holland en hoeveel is tot nu toe gerealiseerd?
  5. Hoe wordt in de planning voorkomen dat er te veel aandacht gaat naar plannen maken en te weinig aandacht wordt besteed aan de uitvoering van de plannen, waardoor die achterblijft?
  6. Er staat: ‘Het programma gaat uit van maatregelen die moeten leiden tot systeemherstel en dat vraagt om een stevige onderbouwing van alle keuzes.’ Hoe gaat de onderbouwing worden aangepakt?
  7. Er staat: ‘Bosgebied dat is of wordt gekapt voor het behalen van de instandhoudingsdoelen in Natura 2000-gebieden wordt gecompenseerd op een andere plek.’ Is dat ook in Zuid-Holland van toepassing en zo ja waar?
  8. Er staat: ‘Het zorgen voor een basiskwaliteit van de natuur in gebieden vraagt om het beter verankeren van natuur in de maatschappelijke belangenafweging en besluitvorming. Dit kan bijvoorbeeld met kritische prestatie-indicatoren. In een aantal gebieden gaan we hier mee aan de slag, zowel vanuit de praktijk als vanuit de wetenschap.’ Gebeurt dit ook in Zuid-Holland?
  9. Er staat: ‘We focussen ons in dit programma de komende tien jaar vooral op de overbelaste, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en leefgebieden van soorten. Dit zijn de gebieden waar qua stikstofproblematiek de grootste knelpunten bestaan.’ Welke gebieden in Zuid-Holland zijn dat?
  10. Er staat: ‘Op basis van de inventarisatie onder de provincies blijkt dat ongeveer 25% van de inzet in de eerste drie jaar zal gaan naar verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden (inclusief vitalisering bos). Ongeveer 20% is voor hydrologische verbetering en circa 30% van de inzet zal gericht zijn op versnelling van verwerving en optimalisering van de inrichting van natuurgebieden. Ongeveer 20% zal besteed worden aan maatregelen in de overgangszones, inclusief verbinding tussen gebieden en ongeveer 5% aan overige kwaliteitsmaatregelen boven op het Natuurpact (zoals recreatieve zonering of extra inzet op invasieve exoten).’ Kan dit voor Zuid-Holland nader worden toegelicht?
  11. Er staat: ‘Naast de bovengenoemde maatregelen hebben we in Nederland met nog een aantal factoren te maken die invloed hebben op de staat van instandhouding van stikstofgevoelige VHR-soorten en habitattypes, bijvoorbeeld de recreatiedruk op de natuur.’ Hoe wordt dit aangepakt?
  12. Er staat: ‘In dit programma wordt uitgegaan van een adaptieve aanpak. Hierbij monitoren we gezamenlijk de resultaten, rapporteren we erover en sturen we het programma bij. Voor monitoring en rapportage beschikken we al over bestaande systemen. Hierop bouwen we verder. In 2021 werken we de aanpak verder uit.’ Wat is hierbij het plan van aanpak?
  13. Er staat: ‘Rapportage van de omgevingscondities vindt plaats in de Natura 2000-beheerplannen en in de jaarlijkse monitoringsrapportage Natura 2000. Deze monitoring heeft bijzondere aandacht nodig, omdat bestaande voorzieningen hiervoor gefragmenteerd en onvolledig zijn.’ Welke bijzondere aandacht krijgt deze monitoring van de provincie en hoe wordt een zorgvuldige monitoring geborgd?
  14. Er staat: ‘In de eerste helft van 2021 brengen we in beeld welke uitbreiding van de monitoringsaanpak noodzakelijk is. Hiervoor zullen we een businesscase voorbereiden, inclusief benodigde financiering’ Wanneer kunnen we deze businesscase tegemoet zien?
  15. Er staat: ‘De voortgang en resultaten van het programma worden regelmatig geëvalueerd.’ Kan dit nader worden toegelicht in een tijdspad? Wordt er ook per provincie geëvalueerd of alleen landelijk?
  16. Er staat: ‘Ten behoeve van een adequate samenwerking geven we uitwerking aan een ondersteunende programmaorganisatie. De vorm en inhoud van deze organisatie werken we begin 2021 verder uit.’ Wanneer kunnen we deze verwachten?
  17. Er staat: ‘Daarom is het van belang dat Rijk, provincies, maar ook waterschappen en gemeenten zoveel mogelijk als één samenwerkende overheid naar buiten acteren.’ Kan een toelichting gegeven worden hoe eenheid van samenwerkende overheden wordt ingericht?
  18. Welke knelpunten moeten eerst nog worden opgelost voordat überhaupt invulling gegeven kan worden aan het Uitvoeringsprogramma Natuur?
  19. Er staat: ‘Begin 2021 verkennen we welke publieke en private organisaties mee willen doen bij het opstellen van de agenda Natuurinclusief.’ Is hier al wat meer over bekend?
  20. Er staat: ’Voor de gebiedsgerichte maatregelen wordt uitgegaan van de volgende verdeling Groningen 1 – 3 %, Fryslân 6 – 10 %, Drenthe 10 – 15 %, Overijssel 10 – 15 %, Gelderland 25 – 30 %, Flevoland 1 – 2,5 %, Utrecht 2 – 4 %, Noord-Holland 5 – 10 %, Zuid-Holland 4 – 6 %, Zeeland 2 – 5 %, Noord-Brabant 10 – 15 %, Limburg 10 – 12 %. ….. De grote economische bedrijvigheid en de woningbouwopgave maken dat het op gang komen van de vergunningverlening van zeer groot belang is. Natuurherstel- en verbetermaatregelen van stikstofgevoelige natuur dragen hieraan bij.
    Waarom dan verhoudingsgewijs zo weinig voor Zuid-Holland, terwijl we de minste natuur hebben en het meest dichtbevolkt zijn van alle provincies, een vervuilende economie en landbouw hebben? Hoe zijn de onderhandelingen hiervoor verlopen?
  21. Er staat: ‘De rode draad in Zuid-Holland zijn maatregelen gericht op: systeemherstel en het robuuster maken van de stikstofgevoelige natuurgebieden, het creëren van bufferzones, het verbeteren van dynamiek, waterhuishouding en connectiviteit. Deze worden aangevuld met overige herstel- en verbetermaatregelen.’ Aan welke herstel- en verbetermaatregelen moeten we dan onder meer denken?
  22. Welke invasieve soorten moeten worden bestreden in de duingebieden?
  23. Er staat: ‘Via de gebiedsgerichte aanpak streven we waar nodig een extensivering van de landbouw na. Die is gericht op de reductie van de stikstofuitstoot en de verbetering van de hydrologie van het Natura 2000-gebied.’ Waar wordt dit nodig geacht?
  24. Het Uitvoeringsprogramma Natuur maakt integraal onder stikstofbeleid. Kan worden aangegeven welke bijdrage het precies levert ten opzichte van de andere maatregelen?

Carla van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Zuid-Holland

Indiendatum: 19 mrt. 2021
Antwoorddatum: 22 mrt. 2021

Beantwoording technische vragen Uitvoeringsprogramma Natuur Bespreking 24 maart 2021 Commissie Klimaat, Natuur en Milieu
Zie ook de lid-GS brief (PZH-2021-771437708) van gedeputeerde Potjer aan de Statenleden met daarin de laatste informatie over Programma Natuur t.b.v. Cie KNM 24 maart.

1) Tot en met 2030 komt jaarlijks een substantieel bedrag beschikbaar voor natuurherstel en natuurontwikkeling, oplopend tot 300 miljoen euro per jaar. Hoe gaat de verdeling over de provincies plaatsvinden en welke criteria worden hiervoor gehanteerd?

In het Uitvoeringsprogramma Natuur, dat op 9 december 2020 toegestuurd is, is een verdeling van de middelen tussen de provincies in bandbreedtes te zien. De bandbreedtes zijn gebaseerd op verschillende aspecten, zoals areaal stikstof overbelaste natuurgebieden, aantal stikstof overbelaste natuurgebieden, lengte van de buitengrenzen van deze gebieden. Voor de Provincie Zuid-Holland is de bandbreedte voor de verdeling van de financiële middelen uitgekomen op 4 - 6 %. Er is landelijk in totaal 600 mln. euro beschikbaar voor de maatregelen die in de jaren 2021, 2022 en 2023 zullen worden uitgevoerd. Provincies hebben allemaal met hun groene partners maatregelen opgehaald die passen binnen de uitgangspunten van het Programma Natuur en in de eerste drie jaar tot uitvoer kunnen komen. Omdat de door iedere provincie opgehaalde maatregelen voor deze periode het beschikbare bedrag fors overschreden, is er in de Bestuurlijke Advies Commissie Vitaal Platteland (BACVP) aan de hand van de bandbreedtes een evenredige budgetverdeling tussen de provincies afgesproken. Hierbij komt iedere provincie iets onder het midden van de bandbreedte uit. Voor Zuid-Holland komt dit neer op 4,7% van het budget. In totaal gaat het dan om 28,2 mln. voor de jaren 2021, 2022 en 2023.

2) Er staat in het plan: ‘We willen een goede basiskwaliteit van de natuur, binnen én buiten natuurgebieden en bevorderen de transitie naar een natuurinclusieve samenleving voor algeheel biodiversiteitsherstel.’ Een natuurinclusieve samenleving is een breed omvattend begrip. Hoe wordt de Agenda Natuurinclusief nader uitgewerkt? Wordt hiervoor een nader plan van aanpak uitgewerkt?

De Agenda Natuurinclusief wordt enerzijds uitgewerkt in een landelijk Handvest en een bijbehorende agenda. Het Handvest zal binnenkort worden verspreid en dient als input op de coalitie onderhandelingen om draagvlak en financiën te krijgen voor een Agenda Natuurinclusief die dan in 2021 in een brede samenwerking met betrokken partners wordt uitgewerkt. De Agenda richt zich op de integrale versterking van de biodiversiteit buiten de NNN-gebieden. Parallel wordt een provinciale agenda uitgewerkt die is gebaseerd op de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving en input vormt voor de landelijke agenda.

3) Het programma gaat uit van een adaptieve aanpak, met een reguliere cyclus van monitoring, rapportage en gezamenlijke evaluatie en bijstelling. Waaruit bestaat deze reguliere cyclus?

Hierover is nog niet iets concreets te zeggen. Het Rijk (Ministerie van LNV) werkt dit momenteel samen met onder andere de provincies verder uit. Er zal worden aangesloten op de bestaande monitoringsystematiek en waar nodig zal deze worden uitgebreid.

4) Er staat: ‘Het uitvoeringsprogramma is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk en provincies. Bestaande rollen en verantwoordelijkheden, inclusief die van Provinciale Staten, zijn het uitgangspunt. Een van de hoofdafspraken in dit Natuurpact is om het NNN af te ronden in 2027. De provincies zullen daarvoor het bestaande netwerk vergroten en 80.000 hectare nieuwe natuur inrichten’. Om het even helder te krijgen, wat is ook alweer de totaalopgave van Zuid-Holland en hoeveel is tot nu toe gerealiseerd?

We werken toe naar een natuurnetwerk van ca. 45.000 ha. Daarvan moet nog ca.3.300 ha ingericht worden. Onderdeel van Programma Natuur is dat er budget beschikbaar komt voor een intensievere realisatiestrategie. Op 24 maart is hierover een technische sessie aan PS. Dan wordt ook de huidige stand van zaken toegelicht.

5) Hoe wordt in de planning voorkomen dat er te veel aandacht gaat naar plannen maken en te weinig aandacht wordt besteed aan de uitvoering van de plannen, waardoor die achterblijft?

Op dit moment worden de afspraken met het Rijk voor de jaren 2021, 2022 en 2023 voorbereid. Voor deze periode richten we ons op concreet uitvoerbare maatregelen. In nauwe afstemming met groene partners is bekeken welke maatregelen snel kunnen starten en uitgevoerd kunnen worden. Doel is om zo snel mogelijk te starten met uitvoering van de maatregelen. Vanzelfsprekend zullen ook voorbereidende werkzaamheden zoals onderzoeken en analyses gedaan moeten worden voor complexere maatregelen en daar waar nodig zullen in gebiedsprocessen zoals de Gebiedsgerichte Aanpak verschillende maatregelen afgestemd moeten worden.De knip van Programma Natuur in twee uitvoeringsperiodes, te weten een uitvoeringsperiode 2021-2023 en 2024-2030, is met name ook gekozen om in de eerste fase al te kunnen beginnen met concrete maatregelen die relatief gemakkelijk kunnen starten. Ondertussen kunnen voor de tweede fase vanaf 2024 de nadere analyses en afstemming uitgevoerd worden.

6) Er staat: ‘Het programma gaat uit van maatregelen die moeten leiden tot systeemherstel en dat vraagt om een stevige onderbouwing van alle keuzes.’ Hoe gaat de onderbouwing worden aangepakt?

Zoals bij antwoord 5 is aangegeven zal de eerste periode ingezet worden op de uitvoering van maatregelen die passen binnen de uitgangspunten van Programma Natuur, maar die niet of nauwelijks voorbereidende onderzoeken en analyses vergen. Op dit moment worden de natuurdoelanalyses van de Natura-2000 gebieden opnieuw uitgevoerd en waar nodig zullen aanvullende onderzoeken gestart worden. Dit voorwerk samen met de inbreng van deskundigen waaronder de terrein beherende organisaties zal de onderbouwing geven voor het totaalpakket van de maatregelen, en dan met name die in de periode 2024-2030 uitgevoerd zullen worden.

7) Er staat: ‘Bosgebied dat is of wordt gekapt voor het behalen van de instandhoudingsdoelen in Natura 2000-gebieden wordt gecompenseerd op een andere plek.’ Is dat ook in Zuid-Holland van toepassing en zo ja waar?

In verhouding tot het landelijke totaal (van ongeveer 3400 ha) is dit in Zuid-Holland beperkt. We hebben zo’n 14 ha bos te compenseren. In de periode tussen 2017 en 2020 is al 2 ha gekapt. Dit was 1,5 ha in de Nieuwkoopse plassen en 0,5 ha in Kennemerland-Zuid en dit moet nog gecompenseerd worden. Daarnaast staat in Kennemerland-Zuid op de planning dat er naaldbos (van 8 tot 12 ha) wordt omgevormd tot Vochtige duinvallei en Duingrasland.

8) Er staat: ‘Het zorgen voor een basiskwaliteit van de natuur in gebieden vraagt om het beter verankeren van natuur in de maatschappelijke belangenafweging en besluitvorming. Dit kan bijvoorbeeld met kritische prestatie-indicatoren. In een aantal gebieden gaan we hier mee aan de slag, zowel vanuit de praktijk als vanuit de wetenschap.’ Gebeurt dit ook in Zuid-Holland?

Ook binnen de provincie Zuid-Holland wordt gekeken naar de uitwerking van prestatie-indicatoren (KPI). Zo is onlangs het Living Lab gestart waarin monitoring op basis van deze KPI's plaatsvindt. Er zijn in Nederland 3 Living Labs gestart waarvan 2 in de provincie Zuid-Holland, een in de bollenstreek en een in de Alblasserwaard. Ook krijgen de KPI's een plek in een Europees project LIFE IP All4Biodiversity waar een van de pilotprojecten de Donkse Laagten in de Alblasserwaard betreft.

9) Er staat: ‘We focussen ons in dit programma de komende tien jaar vooral op de overbelaste, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en leefgebieden van soorten. Dit zijn de gebieden waar qua stikstofproblematiek de grootste knelpunten bestaan.’ Welke gebieden in Zuid-Holland zijn dat?

De oranje gebieden in onderstaande figuur.

10) Er staat: ‘Op basis van de inventarisatie onder de provincies blijkt dat ongeveer 25% van de inzet in de eerste drie jaar zal gaan naar verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden (inclusief vitalisering bos). Ongeveer 20% is voor hydrologische verbetering en circa 30% van de inzet zal gericht zijn op versnelling van verwerving en optimalisering van de inrichting van natuurgebieden. Ongeveer 20% zal besteed worden aan maatregelen in de overgangszones, inclusief verbinding tussen gebieden en ongeveer 5% aan overige kwaliteitsmaatregelen boven op het Natuurpact (zoals recreatieve zonering of extra inzet op invasieve exoten).’ Kan dit voor Zuid-Holland nader worden toegelicht?

De maatregelen voor de periode 2021-2023 worden momenteel samen met de groene partners uitgewerkt. Omdat de focus van deze maatregelen ligt op concreet in deze periode uit te voeren projecten, hebben maatregelen gericht op overgangszones en hydrologische verbetering in deze fase een kleiner aandeel in het geheel. Deze maatregelen vergen over het algemeen een langere voorbereidingstijd, zowel vanwege de complexere materie als wel vanuit de noodzaak tot goede afstemming in het gebied. De verwachting is dat uit de natuurdoelenanalyses meer van deze maatregelen naar voren komen in de periode 2024-2030. Voor de periode 2021-2023 kan op basis van de concept maatregelenlijst gesteld worden dat de focus ligt op de maatregelen ten behoeve van verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden, versnelling realisatie NNN en de aanpak exoten.

11) Er staat: ‘Naast de bovengenoemde maatregelen hebben we in Nederland met nog een aantal factoren te maken die invloed hebben op de staat van instandhouding van stikstofgevoelige VHR-soorten en habitattypes, bijvoorbeeld de recreatiedruk op de natuur.’ Hoe wordt dit aangepakt?

Het klopt dat de instandhouding van de VHR-soorten ook door zogenaamde drukfactoren rondom de Natura-2000 gebieden wordt beïnvloed. Deze drukfactoren kunnen recreatiedruk betreffen, maar ook de rol van bijvoorbeeld de landbouw, verstedelijking, industrie gelden als drukfactoren. Deze drukfactoren spelen zich rondom de Natura-2000 gebieden af en vormen onderdeel van spoor 2, Programma Natuur.

12) Er staat: ‘In dit programma wordt uitgegaan van een adaptieve aanpak. Hierbij monitoren we gezamenlijk de resultaten, rapporteren we erover en sturen we het programma bij. Voor monitoring en rapportage beschikken we al over bestaande systemen. Hierop bouwen we verder. In 2021 werken we de aanpak verder uit.’ Wat is hierbij het plan van aanpak?

Dit wordt in 2021 verder uitgewerkt. In ieder geval wordt de jaarlijkse Voortgangsrapportage Natuur (VRN), dat een gezamenlijk product van het Rijk en provincies is, gebruikt om te rapporteren en PBL is gevraagd om een evaluatie voor Programma Natuur uit te voeren.

13) Er staat: ‘Rapportage van de omgevingscondities vindt plaats in de Natura 2000-beheerplannen en in de jaarlijkse monitoringsrapportage Natura 2000. Deze monitoring heeft bijzondere aandacht nodig, omdat bestaande voorzieningen hiervoor gefragmenteerd en onvolledig zijn.’ Welke bijzondere aandacht krijgt deze monitoring van de provincie en hoe wordt een zorgvuldige monitoring geborgd?

In aanvulling op landelijke ontwikkelingen, zoals die van de databank voor vegetatie- en habitatkarteringen, werkt de provincie Zuid-Holland aan eigen voorzieningen om de informatievoorziening te verbeteren. We werken aan een online portal om in de toekomst data op te halen bij uitvoerende partijen in de monitoring. Ook worden dan de, nu gefragmenteerd en/of onvolledige gegevens beter bij elkaar gebracht en toegankelijk gemaakt voor de projectleiders van de Natura-2000 beheerplannen (en andere belanghebbenden). Voor rapportage over de resultaten zal een dashboard ingericht worden. Er komt extra capaciteit bij de beleidsafdeling uit budget van Programma Natuur om de monitoring te organiseren.

14) Er staat: ‘In de eerste helft van 2021 brengen we in beeld welke uitbreiding van de monitoringsaanpak noodzakelijk is. Hiervoor zullen we een businesscase voorbereiden, inclusief benodigde financiering’ Wanneer kunnen we deze businesscase tegemoet zien?

Volgens de huidige planning komt in juli/augustus het concept in bestuurlijk overleg.

15) Er staat: ‘De voortgang en resultaten van het programma worden regelmatig geëvalueerd.’ Kan dit nader worden toegelicht in een tijdspad? Wordt er ook per provincie geëvalueerd of alleen landelijk?

Ook dit is nog niet definitief ingevuld. Naast de ontwikkelingen zoals die in de voorgaande antwoorden zijn aangegeven, zullen er vanuit het Ministerie van LNV ook eisen in de regeling worden opgenomen op basis waarvan de financiële middelen naar de provincies gaan. Het idee is wel dat het een landelijke evaluatie betreft. In de individuele afspraken tussen LNV en de provincies zullen echter wel afspraken gemaakt worden over de rapportage van de voortgang van de maatregelen.

16) Er staat: ‘Ten behoeve van een adequate samenwerking geven we uitwerking aan een ondersteunende programmaorganisatie. De vorm en inhoud van deze organisatie werken we begin 2021 verder uit.’ Wanneer kunnen we deze verwachten?

In het landelijke traject wordt dit in een aparte werkgroep verder uitgewerkt. Het is nu nog niet bekend wanneer hier resultaten van beschikbaar komen. Daarnaast is de provincie Zuid-Holland met de terrein beherende organisaties, naast het structurele overleg over de maatregelen inhoudelijk, in gesprek over de uitvoering van de maatregelen: welke instrumenten zijn voor beide partijen passend en welke, eventueel gezamenlijke en aanvullende, organisatie past daarbij. Zodra hierover concrete informatie beschikbaar is zullen we de Staten hierover informeren.

17) Er staat: ‘Daarom is het van belang dat Rijk, provincies, maar ook waterschappen en gemeenten zoveel mogelijk als één samenwerkende overheid naar buiten acteren.’ Kan een toelichting gegeven worden hoe eenheid van samenwerkende overheden wordt ingericht?

Zoals bij antwoord 16 is aangegeven, wordt momenteel op landelijk niveau uitgewerkt hoe een effectieve samenwerking vormgegeven kan worden. Daarin zal dit ook worden betrokken.

18) Welke knelpunten moeten eerst nog worden opgelost voordat überhaupt invulling gegeven kan worden aan het Uitvoeringsprogramma Natuur?

Omdat voor de uitvoering van de eerste fase samen met de groene partners vooral maatregelen zijn opgehaald waarvan het de reële verwachting is dat deze de komende jaren ook echt van start kunnen gaan, worden hier geen knelpunten voorzien. Om tegenvallers in tempo of uitvoerbaar op te kunnen vangen en geen onderbesteding van het beschikbare budget te laten ontstaan, zal er gewerkt worden met een overprogrammering. Op een reservelijst komen maatregelen te staan die in de plaats kunnen treden van maatregelen die niet of niet snel genoeg uitvoerbaar blijken te zijn. Een aandachtspunt is wel de personele capaciteit: zowel bij de groene partners als bij de provinciale organisatie vergt het Programma Natuur een flinke uitbreiding van de capaciteit die niet zomaar voor handen is. Er wordt momenteel gewerkt aan de uitbreiding van de capaciteit binnen de provincie en ook met de groene partners is er overleg hoe dit op te lossen is. Programma Natuur biedt hiervoor financiële mogelijkheden.

19) Er staat: ‘Begin 2021 verkennen we welke publieke en private organisaties mee willen doen bij het opstellen van de agenda Natuurinclusief.’ Is hier al wat meer over bekend?

Voor het uitwerken van een landelijk Handvest en Agenda Natuurinclusief hebben publieke en private stakeholders al twee keer meegedacht in onlinebijeenkomsten. Ook bij de verdere uitwerking van de Agenda is voorzien dat stakeholders in brede zin betrokken worden.

20) Er staat: ’Voor de gebiedsgerichte maatregelen wordt uitgegaan van de volgende verdeling Groningen 1 – 3 %, Fryslân 6 – 10 %, Drenthe 10 – 15 %, Overijssel 10 –15 %, Gelderland 25 – 30 %, Flevoland 1 – 2,5 %, Utrecht 2 – 4 %, Noord-Holland 5 – 10 %, Zuid-Holland 4 – 6 %, Zeeland 2 – 5 %, Noord-Brabant 10 – 15 %, Limburg 10 – 12 %. ….. De grote economische bedrijvigheid en de woningbouwopgave maken dat het op gang komen van de vergunningverlening van zeer groot belang is. Natuurherstel- en verbetermaatregelen van stikstofgevoelige natuur dragen hieraan bij. Waarom dan verhoudingsgewijs zo weinig voor Zuid-Holland, terwijl we de minste natuur hebben en het meest dichtbevolkt zijn van alle provincies, een vervuilende economie en landbouw hebben? Hoe zijn de onderhandelingen hiervoor verlopen? Zie antwoord op vraag 1.

21) Er staat: ‘De rode draad in Zuid-Holland zijn maatregelen gericht op: systeemherstel en het robuuster maken van de stikstofgevoelige natuurgebieden, het creëren van bufferzones, het verbeteren van dynamiek, waterhuishouding en connectiviteit. Deze worden aangevuld met overige herstel- en verbetermaatregelen.’ Aan welke herstel- en verbetermaatregelen moeten we dan onder meer denken?

Denk aan maatregelen als bestrijding van exoten, plaggen voor trilveenontwikkeling, verwijderen van overmatige opslag van vegetatie, extra verschralingsbeheer, omvorming van duindoorn naar grijs duin of naaldbos naar duinbos.

22) Welke invasieve soorten moeten worden bestreden in de duingebieden?

Het gaat om onder meer de soorten Amerikaanse vogelkers, rimpelroos, watercrassula, Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en bamboe.

23) Er staat: ‘Via de gebiedsgerichte aanpak streven we waar nodig een extensivering van de landbouw na. Die is gericht op de reductie van de stikstofuitstoot en de verbetering van de hydrologie van het Natura 2000-gebied.’ Waar wordt dit nodig geacht?

Het betreft de gebiedsgerichte aanpak rondom het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

24) Het Uitvoeringsprogramma Natuur maakt integraal onder stikstofbeleid. Kan worden aangegeven welke bijdrage het precies levert ten opzichte van de andere maatregelen?

De overbelasting met stikstofdepositie is in veel Zuid-Hollandse Natura 2000-gebieden hoog. Een doorrekening van autonome ontwikkelingen en de tot heden aangekondigde maatregelen laat zien dat ook in 2030 nog op grote schaal overbelasting op zal treden. Met de samenstelling van dit maatregelenpakket is er op gelet dat de maatregelen zinvol zijn, ook bij een (voorlopig) voortschrijdende overbelasting met stikstof. In die zin gaat het om ‘no regret maatregelen’. Maatregelen die met de huidige overbelasting met stikstof niet zinvol of juist schadelijk zijn, maken geen onderdeel uit van het maatregelenpakket. Denk bijvoorbeeld aan het plaggen in duinen die sterk zijn vergrast of dichtgegroeid met struweel, vaak in combinatie met verzuring van de bodem. Door het plaggen kunnen de zaden die in de bodem zitten bloot komen te liggen en kiemen, maar met het huidige depositieniveau is het risico groot dat de kenmerkende planten uiteindelijk toch sterven door verzuring of nieuwe vergrassing, met het verlies van de zaadbank als gevolg. Provincie Zuid-Holland werkt in vijf regio’s aan een gebiedsgerichte aanpak (GGA):

• Duinen
• Duinen-Eilanden
• Biesbosch
• Veenweide/Nieuwkoop
• Maasvlakte 2/ HIC

In de afzonderlijke gebiedsgerichte aanpakken wordt gewerkt aan natuurherstel, vermindering van emissies/deposities en ruimte voor vergunningverlening. Vanzelfsprekend kan er overlap zijn tussen de maatregelen in het Programma Natuur en de gebiedsgerichte aanpak. Vooral wanneer natuurmaatregelen de belangen van derden in de regio raken, maar ook wanneer vanuit de integrale gebiedsaanpak kansen ontstaan voor natuur(maatregelen). Daarom is voorzien in intensieve afstemming tussen de gebiedsgerichte aanpak en het Programma Natuur.